Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bedenkt men nu, dat er drie soorten van klemtoon te onderscheiden zijn: 1°. het accent van de lettergreep (syllabaaraccent), waardoor één der klanken (gewoonlijk de vocaal) van eene lettergreep met meer nadruk wordt uitgesproken dan de andere, 2°. het woordaccent, waardoor eene lettergreep van een woord meer nadruk krijgt dan de andere, en 3°. het zinaccent dat één woord uit den zin krachtiger doet uitspreken, dan de andere, dan zal men begrijpen, dat versterking van de exspiratorische energie moet leiden tot vergrooting van den afstand tusschen de kracht, waarmee de klanken, lettergrepen en woorden met hoofdtoon en die met bijtoon worden uitgesproken, zoodat — daar alles betrekkelijk bijtoon uiterst zwak kan worden, ja zelfs in toonloosheid kan overgaan, naarmate de hoofdtoon wordt versterkt. Toonversterking kan met toonverhooging gepaard gaan, maar ook al doet zij dat niet, dan nog kan zij, zooals men gemakkelijk inziet, van grooten invloed zijn op de klanken, lettergrepen en woorden met bijtoon.

In den zin dalen woorden met bijtoon daardoor af tot den rang van pro- of enclitica, wat niet kan nalaten invloed te oefenen op de kleur hunner klanken. Zoo vinden wij reeds in het oudste ons overgebleven Germaansch naast de pronomina ek (in 't On. en Os.), mee (in 't Ags.) en me (in 't Os.), die aan 't Gr. lyi èf*éye, Lat. ego, me beantwoorden, de jongere vormen met i: ie (in Ags. en Os.), ih (in Ohd.), ik (in On. en NL), mik (in On. en Os.), mih (in Ohd.), waarin i bij enclisis of proclisis door verzwakking van klemtoon uit e is ontstaan. De nieuwere talen zijn daarin nog veel verder gegaan. Bij ons komen ik, mij , vrij, jij, het, des bij in- of proclisis als (a)k, ma, wa, ja, (a)t (a)s, (b.v. 's konings, 's morgens) voor. Het lidwoord een is an en de possessiva mijn, zijn, haar luiden, als er geen nadruk opvalt en zij proclitisch verbonden worden met de woorden, waarbij zij behooren , man, zan en ar. Zoo hoort men zelfs in de spreektaal de uit de schrijftaal terecht verbannen onbeholpen vormen Pietsan huis = Piet zijn huis, en Bettar of Jodar japon d.i. Bet haar of Jo haar japon, waarbij de eigennaam vooruitgezonden wordt, om dan vervolgens de bezitting te noemen van den door den eigennaam aangewezen persoon.

Door proclisis heeft de oude praepositie en (= in of op) door met de volgende woorden verbonden te worden hare e verloren

Dr. Jan Te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche taal. 16

Sluiten