Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tamelijk vroeg iedere korte (i of e verdwenen. De Nom. Sing. Mase. der o-stammen heeft in de woorden, die het Finsch aan het Germaansch in overouden tijd ontleende, die vocaal nog bewaard, bv. bij ansas (balk;, rengas (ring), en ook in de oudste Noorsche runenopschriften wordt die vocaal nog gevonden, b.v. bij dagaR, slainaR, maar het Gotisch heeft reeds rins, dar/s, stains, 'tOn. hringr, en de West-Germaansche talen hebben die woorden zonder a of z. De Nom. Acc. Sing. Neutr. en Acc. Sing. Masc. der o-stammen heeft in het Germaansch-Finsch en in de runenopschriften ook nog de daar vroeger door n (m) gevolgde vocaal bewaard , b.v. in het Runische staina en het Finsche qoltha, tegenover Got. sfain en gulth. Eene slot-e verdween o. a. bij fimf(NI. vijf),

dat reeds in t Got. fimf uidt, tegenover Gr. fl"EVr3, Lat.guiniftte-,

bij den Yoc. Sing. der o-stammen, b.v. Got. dag, wulf; die, blijkens het Latijn (b.v. lupe) op e moest uitgaan; en bij den tweeden persoon enk. van den Imperatief, b.v. Got. hilp (NI. help) voor *helpe. Niet onwaarschijnlijk is het, dat a en e het eerst zijn verdwenen na lange lettergrepen met klemtoon en eerst later na korte geaccentueerde syllaben. Men heeft althans gemeend, dat te mogen opmaken uit Gotische samenstellingen als weindrugleja (wijndrinker), arUnwmja (erfgenaam) en andere, waarvan het eerste lid geene slot-a meer heeft, terwijl die in samenstellingen nooit ontbreekt, indien de eerste lettergreep kort is.

Ook geldt die wet, vermoedelijk voor het geheele Germaansch, ten opzichte van de korte i en u, die na eene lange geaccentueerde lettergreep weggevallen, maar na eene korte bewaard zijn; vgl. Os. stedi, meri, hugi, Ohd. turi (NI. stede, meer, heug, deur) met Os. gast, wurm, brüd, ddd, nöd (NI. gast, worm, brttid, daad, nood), en Os. snnu, fridhu, sidu, fehu (Mnl. sone, Nnl. zoon, vrede, zede, vee) met Os. dódh, flód, luft, hand, scild, thorn (NI. dood, vloed, lucht, hand, schild, doorn). 1)

V H't Goti-ch heeft den schyn van met dezen regel niet overeen te stemmen. De i is daar niet alleen na lange voorafgaande lettergreep geapocopeerd, maar dikwijls ook na de voorafgaande korte; daarentegen heeft de u daar den schijn van zich altijd, dus ook na voorafgaande lange lettergreep, te hebben gehandhaafd. Van Heiten, P.B. Breitrilge XV p. 455 vlgg- heelt echter op Got. tagr (Gr. Sxycpu) en süts (Gr. r$üq) gewezen, om aannemelijk te maken, dat ook daar dezelfde regel geldt als in 't Westgermaansch, en dat vormen als dauthus, flódus, luftus, thaurmis, lustus daar analogievormen naar de «-stammen met voorafgaande korte lettergreep zijn.

Sluiten