Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle Westgerm. talen vóór den praeteritumsuitgang da (Ohd. fa) der zwakke ./««-werkwoorden de i alleen bewaard is als de wortellettergreep kort was, b.v. Ohd. ntrita., frumita tegenover Jiórta, frilla, stio/tfa, branta brannta), starcta, enz. Nieuwhoogduitseh en Nederlandsch zijn nog verder gegaan en hebben overal de toonloos geworden i uitgestooten, Syncope der i van den uitgang Uha, b.v. bij lengte, hoogte, is veel jonger en zelfs in 't Mnl. nog niet algemeen. Een oud voorbeeld van syncope der i van den comparatiefuitgang iro is heer, reeds in 't Ohd. hêrro uit hériro. Ook a en o hebben in hetzelfde geval syncope ondergaan, doch niet in alle Westgerm. talen even regelmatig het meest in het Angelsaksisch, en ook veelvuldig in ons Nederlandsch.

Zoo zijn dan in alle (rermaansche talen, en niet het minst in de onze, door den invloed van het accent talrijke eenlettergrepige woorden ontstaan uit meerlettergrepige. Met het oog daarop behoeft het wel geen betoog meer, hoe geheel averechtsch de, ook door Spieghel overgenomen, stelling van Becaxus was, dat talen, die het rijkst zijn aan een lettergrepige woorden ook het meest haar oorspronkelijk karakter bewaard hebben. Zijne beruchte gevolgtrekking, dat het Nederlandsch daarom de oudste taal der wereld zou wezen en ongetwijfeld door Adam en Eva in het Paradijs zal gesproken zijn, wordt dan ook tegenwoordig nog maar alleen als curiosum, als een staaltje van erbarmelijk taaldilettantisme uit het \ erleden aangehaald, schoon wij — omdat Beeanus inderdaad een zeer geleerd en vernuftig man was — er liever een bewijs in moeten zien van den grooten afstand, die de geheele taalwetenschap onzer eeuw van die der 16de eeuw scheidt. Toch klonk die stelling ook reeds aan vele van Beeanus' tijdgenooten als wonderspreuking in de ooren en vond zij ook reeds [bij menigeen onmiddellijk tegenspraak. Jrsirs Lipsius voerde er tegen aan, dat het Chineesch dan wel voor de taal der paradijsbewoners mocht gehouden worden, omdat daarin alleen eenlettergrepige woorden voorkomen 1).

i ) In een' brief aan Mr. Henricus Schottius ; zie Justi Lipsii Epistolarum selectarum chiJias, Lugd. Bat. 1618 p. 775 : »At nrgumentum ejus alterum ■ Antiquissima quae simplicissima: talis est lingua nostra, ergo et prius. Quod simplicissima ex eo patet quia tota fer emonosillaba: et verum est exanimanti. Quid tum autem ? Antiquissima? negatur. Si in rerum natura et genitura manes, fateor simplicia praeire: non idem in sermone si cum altero comparetur. Neque enim iste talis a natura est, sed ab

Sluiten