Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taalverschijnselen, en zoolang de taalwetenschap beoefend is, heett men er nu en dan op gewezen ; maar toch eerst sedert de volstrekte algemeenheid der klankwetten als dogma begon aangenomen te worden en de schijnbare uitzonderingen dus gebiedend eene verklaring eischten, begon van verschillende kanten de aandacht meer gevestigd te worden op die veranderingen naar analogie, die toen als psychische taalverschijnselen een even belangrijk onderwerp van de wetenschap begonnen uit te maken, als de in klankwetten geformuleerde physische of psycho-physische klankovergangen. Ook daarbij weder heeft Wilhelm Schereb het voorbeeld gegeven ') door — in 1868 — verschillende taalveranderingen uit de werking der analogie te verklaren, en al zeer spoedig pasten ook andere geleerden, als Wtiitxey, Leskien, Pott en Cuktius, deze verklaringswijze toe, zoodat zij tegenwoordig wel algemeen wordt aangewend ter opheldering van het vele, dat door de klankwetten op zich zelf onverklaard gelaten woidt. Meermalen is zij ook zelf het onderwerp van afzonderlijke onderzoekingen en beschouwingen geworden. 2)

Dat verklaringen op grond van analogiewerking steeds nauwkeurig getoetst behoeven te worden, verdient wel opzettelijk te worden opgemerkt, daar er ook reeds niet zelden misbruik van haar is gemaakt door taalveranderingen aan haar toe te schrijven zonder dat daarbij voldoende aannemelijk gemaakt werd, dat zij er de oorzaak van moest zijn. Ongelukkig toch kan men nooit onweerlegbaar bewijzen, dat de analogie eenige verandering heeft veroorzaakt, en moet men er zich mee tevreden stellen te betoogen, dat er bepaalde woorden of woordgroepen bestaan of bestonden, die in staat waren in het eene of andere opzicht op zwakke eenlingen een machtigen invloed te oefenen en deze (in de voorstelling eerst van één, later van meer individuen) in dat opzicht aan zich gelijk te maken. Vraagt men, aan welke woorden de grootste invloed op andere toe te kennen is, dan moet het antwoord zijn: in de eerste plaats aan die woorden, welke met elkaar eene

1) In zijn bekend werk Zur Geschichte der deutschen Sprache, Berlin 1868.

2) O.a. van Fr. Misteli, La»tgesetz und Analogie in Steinthal's Zeitschrift XI 365 vlgg.; B. 1. Wheeler, Analogg and the scope of its application in languuge, Ithaca 1887 ; Ilerm. Paul in zijne Principien der Sprachgenchichte Halle 1880, 3 Aufl. Halle 1898 p. 97—109. Hij ons wijdde J. Verdam er een hoofdstuk aan in zijn werk Uit de Geschiedenis der Nederlandse/letaal Dordrecht 1902, bl. 241—262.

Sluiten