Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bantsche uitspraak zinden, schulden en schinken. De zwakke werkwoorden vragen en jagen namen, op het voorbeeld van dragen, niet alleen in onze beschaafde spreektaal, maar ook in de meeste Neder! andsche dialecten, het sterke Praeteritum vroeg en joeg aan.

Andere werkwoorden ondergingen den invloed van een ander vervoegingstype slechts in enkele vormen. Zoo werd geviegen tot gewogen naar gelogen, en gesteleen tot gestoken naar analogie van die werkwoorden met e, zooals breleen, spreken en wreken, waarvan de stam ook op k uitging en die aan hunne c de o van het deelwoord dankten. Zoo hoort men in de volkstaal sting (van staan) naar analogie van ging (van gaan) en omgekeerd gong (van gaan) naar analogie van stong (van staan), dat zelf onder den invloed van ging uit stond ontstaan was. Naar gdn en stdn werd in 't Mhd. ook lan (uit lazen) vervoegd, met het Praet. He naar gie van gun. Al zeer vroeg zijn de Praeterito-praesentia door den invloed der analogie gewijzigd. De oorspronkelijke Praeterita ivissa (uog in 't Got,, Ohd., Ags. en Os. en als wisse in 't Mhd.) en mössa (Ohd. nog muosa, Mhd, muose) komen ook reeds in 't Ohd. Os., Ags. en Onfr. met eene t voor, die zij hebben aangenomen naar analogie van de andere zwakke werkwoorden met te in 't Praet., en in 't Mul. zijn wiste en moeste reeds de eenige vormen. Deze nu gaven, evenals dorste (d.i. dorste aanleiding om in ste het eigenaardig suffix van 't Praeteritum bij de Praeteritopraesentia te zien: vandaar in 't Mnl. de analogievormen conste naast conde (ook reeds Ohd. Os. konsta), onste naast onde (ook reeds Ohd. Os. onsta) en zelfs begonste naast begonde (ook reeds Ohd. higunsta) als zwakke bijvormen van legan.

Dat in het Germaansch het voorvoegsel ga, gi, ge niet van oudsher aan de verleden deelwoorden toekwam, blijkt uit het Gotisch. Het diende oorspronkelijk alleen om het perfectieve eener handeling te kennen te geven, zoodat het vóór ieder werkwoord kon gevoegd worden, waarvan de beteekenis toeliet de handeling niet alleen duratief, maar ook perfectief voor te stellen 1). \ andaar dan ook nog in 't Mnl. tallooze werkwoorden met ge vóór zich in alle tijden en wijzen, maar meestal in den Infinitief na modale werkwoorden. Bij ons komt die perfectieve beteekenis

') Hij ons schreef over dat voorvoegsel H. A. J. van Swaay, Het prefix 'Ja~ !/'■ ye-, zyn geschiedenis en zijn invloed op de „Actionsart" meer bijzonder in het Oudnederfrankisch en het Oudsaksisch, Utrecht 1901.

Sluiten