Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Artur is de schoonheid hebbende van David" en „alle drie waren de sterkte hebbende van Adam zelf.''

Bij de woordvorming is, althans in den historischen tijd, de analogie altijd zoozeer de hoofdfactor geweest, dat wij eigenlijk ieder woord als voorbeeld zouden kunnen aanhalen, maar soms werkte de analogie in eene onverwachte richting, wat men dan desnoods valsche analogie zou kunnen noemen; en daarvan zullen wij nog enkele voorbeelden aanhalen. Wanneer van het Grieksch Aweg (wolf) en y.ó.7rpoi; (ever) voor wolvin en everzeug de woorden Xwri, htkirpx gevormd waren, zou dat geweest zijn naar analogie van duizenden andere vrouwelijke woorden, die naast mannelijke gevormd zijn; maar inderdaad werden voor wolvin en everzeug de woorden XCwxtvx, ymtvpxcjx gemaakt, waarvan het suffix met n zeker onverklaarbaar zou wezen, als niet in het regelmatig van Ai'j>v (leeuw) gevormde Xécutvx (leeuwin) het type was aan te wijzen, waarnaar de beide andere zich gericht hebben.

In het Latijn werden naar het voorbeeld van talis, qualis allerlei andere adjectieven op al is gevormd 1), zooals vitalis, liberalis, dotalig, en dus orientalis, occiden lal is en septentrionalis (van septentrio, stam septentrion) als adjectieven van de namen der windstreken. Tevens had het type vita: vitalis aanleiding gegeven tot het vormen van het nieuwe type fides; fulelis. Naar dat laatste type zou men nu van meridies (Zuiden) ook meridielis verwachten, maar neen, naar het voorbeeld van septentrionalis (Noorder) met klankwettige n is ook meridionalis (Zuider) gemaakt met analogische n.

Volkomen hetzelfde had plaats bij een Nederlandsch woord als kunstenaar, dat kunstaar had moeten zijn, maar onder den invloed van woorden als molenaar eene anorganische n kreeg. Zoo vormde het Hoogduitsche künstler in plaats van kiinster naar woorden als gaukler, het Nederlandsch rozelaar voor rozaar naar hazelaar, hovenier voor hovier naar kamenier (zelf door dissimilatie voor kamerier), klokkenist voor klokküt naar organist, dieverij voor dievij naar bedriegerij, dorpeling voor dorpinq naar eileling, enz. 2). Zoo ontstonden nieuwe suffixen: in het Hoogduitsch zelfs door de achter-

1) Zie Karl Iirtigniann, Grundriss der vergleichenden Grammatik der Idg. Sprachm II, 1 p. 275.

2) Voor meer voorbeelden zie men mijne Grammatische figuren in het Nederlandsch. Kuilenburg 1884 bl. 285 vlg,, 290 vlg., 295.

Sluiten