Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorschriften als alleenzaligmakend aan anderen willen opdringen, kan men zich niet krachtig genoeg verzetten. Er zijn er vroeger zoo geweest en er zijn er nog.

Onderscheidt zich de spreektaal van de schrijftaal hierdoor, dat hare veranderingen naar analogie bijna altijd onopzettelijk en nauwelijks bewust plaats hebben, nu en dan toch draagt ook in de spreektaal de analogie een opzettelijk karakter. Dat is het geval bij de schertsend gemaakte en door anderen als grappig overgenomen wijzigingen en soms ook bij die vervormingen, die ten doel hebben onbegrepen woorden begrijpelijker, zij het ook maar schijnbaar begrijpelijker, te maken. Dat laatste noemen wij, in navolging van W. Fökstemaxn", die den naam invoerde 1), volksetymologie, waardoor de spraakmakende gemeente eene, door den wetenschappelijken etymoloog geloochende, analogie meent te zien, wat haar dan tot wijzigen van den woordvorm aanleiding geeft.

Als eene aardige uiting van den menschelij ken geest is de volksetymologie zeker geen onbelangwekkend verschijnsel, maar daar zij slechts enkele op zich zelf staande woorden wijzigt en de meeste voorbeelden er van binnen den kring der lagere volkstaal blijven zonder in de beschaafde spreektaal of schrijftaal te worden opgenomen, is zij voor de taalgeschiedenis slechts van ondergeschikt belang. Ook vervormt zij natuurlijk het meest de vreemde, voor het onontwikkelde volk geheel onverstaanbare, woorden, die in eene taal worden opgenomen ; en van de oude en oorspronkelijke woorden alleen die, welke reeds vooraf langs phonetischen weg onduidelijk en tot fossiele woordvormen geworden zijn.

In de jongere talen, waarin het aantal van zulke woorden steeds toeneemt, treedt de volksetymologie dus ook vaker op, dan in de oudere talen : toch vinden wij haar ook reeds daar aan het werk. Zoo blijkt het bv. reeds uit de Homerische hymnen, dat men in den naam van den veldgod Pan, die van den wortel pa (beschermen, voeden, bv. in 't Latijnsche pa-sco, pastor) is afgeleid, het adj. 7T&v (al) heeft gezien 2), evenals een van den wortel

i) In Kulin's Zeitschrift für nergleich. Sprachforschung I (1852) p. 1 ff, en XXIII (1877) p. 375 ff. Verder zie men over dit onderwerp Karl Gustaf Andresen, Ueber deutxche volksetymologie, Heilbronn 1876, 5de dr i8S9 By ons schreef daarover H. E. Moltzer, De volksverbeelding in het rijk der taal, Gron. 1881.

i) Hierby herinner ik aan den reizang, waarmee Vondel het tweede

bedrijf van zyn Leeuwendalers besloot.

Sluiten