Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lid der samenstelling verloren heeft, het Ohd. mol ia (Got. muit/a, Mnl. monde, stof, zand) is.

Vooral plaatsnamen, die door het schriftelijk gebruik in oorkonden hun ouderwetschen vorm dikwijls langer handhaafden dan andere woorden en daardoor gemakkelijk onverstaanbaar konden worden, werden volksetymologisch gewijzigd. Uit den grooten voorraad van voorbeelden kies ik alleen de aardige vervorming van Cattimelibocus tot Kaizenellenbogev, waarbij de volksetymologie met de phonetische klankverandering heeft samengewerkt tot het vormen eener samenstelling van twee volkomen verstaanbare woorden, die echter in vorm en beteekenis te eenemale van de oorspronkelijke deelen der samenstelling verschillen.

Ook in het Neder!andsch zijn vele voorbeelden van volksetymologie aan te wijzen, vooral bij plantnamen, als hondsdraf uit Mnl. gonderave, damastbloem uit ouder damashloem, eigenlijk damesbloem, mandragerslruid uit mandragora, ezelsmelk uit Lat. esula, meeldauw uit Grieksch jUiAtsc (Got. mililh), averuit uit Lat. abrotonum, fijneqrieTc uit Lat. foenum graecum en lamperfoelie uit Lat. caprifolium, bij welke het woord, dat het volk er in meende te zien, wel niet nader behoeft te worden aangewezen. Uit de vele andere kies ik slechts enkele voorbeelden '), zooals haakbus, een schietgeweer, dat inderdaad bij het mikken op eene haakachtige vork werd gelegd, uit Fr. arquebuse, armborst (ook Hd. armlrust) uit Ofr. arbalesie (d i. Mlt. arcubalista, een groote voetboog), ongeveer uit Hd. ohngefahr (= Mhd. ane gevaeré) en poesjenelletje uit Ital. pulcinella, ook afgekort tot nel en dan een kaartnaam in hetzelfde spel, waarin eene andere kaart jas heet, het laatste deel van het Fr. paillasse.

Sommige woorden toonen door het aannemen van een toevoegsel, dat zij op zich zelf niet meer begrepen en door volksetymologie onjuist opgevat werden, zooals rendier, waarbij aan rennen, en windhond, waarbij aan de snelheid van den wind gedacht werd, ofschoon ren en wind op zich zelf een herten- en hondensoort zijn. Weer andere woorden toonden, zonder van uitspraak te veranderen, alleen door de spelling, dat zij verkeerd werden opgevat, al kan daarbij ook eer van halfgeleerde dan van volks-etymologie sprake zijn Berucht als zoodanig is het achttiendeëeuwsche kom-

i) Een groot aantal bracht ik bijeen in PauI's Grundriss der Oermanischm Philologie, 2 Aufl. I. p. 892—895.

Sluiten