Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oude, die toen ook zelfs in den huiselijken kring voor de nieuwe moest plaats maken en zoo ten doode gedoemd was. Natuurlijk is zoo iets alleen mogelijk bij groote bewondering voor het volk, dat de vreemde taal spreekt, en bij eene geringe mate van nationaliteitsgevoel. Bij Kelten en Iberen moeten wij het een en ander veronderstellen. De Polen daarentegen, die hunne Russische overheerschers allesbehalve bewonderen, zullen zoo licht hunne taal niet verliezen, en de Tsjechen vertoonen tegenwoordig in hunne reactie tegen germaniseering ook weinig bewondering voor de Duitschers. Zelfs de Noren verzetten zich krachtig tegen de heerschappij van het Zweedsch, en doen zelfs hun best, de Deensche taal, die zij eenmaal aannamen, weer te verruilen voor het tot dialect afgedaalde Noorsch. Of de Zuidafrikanen zich bij voortduring schrap zullen kunnen zetten tegen den invloed, die er van Engeland op hunne taal uitgaat en die de regeering door verengelsching van het onderwijs tracht te bevorderen, zal de tijd moeten leeren.

In België, waar ieder beschaafde Vlaming en Brabander reeds lang even gemakkelijk Fransch spreekt als zijn eigen tongval en meestal veel gemakkelijker dan het beschaafde Nederlandsch, was daarmee de eerste stap gezet op den weg, die tot verlies van eigen taal en geheele verfransching had kunnen leiden, wanneer meer nationaalgezinde Vlamingen en Brabanders, die in dezen konden steunen op het minder beschaafde, nog uitsluitend Nederduitsch sprekende volk, er niet naar hadden gestreefd, door bevordering van het onderwijs der Nederlandsche taal en de, althans officiëele, verheffing van die taal tot regeerings- en rechtstaal naast het Fransch, haar ook tot de taal der beschaafden te maken: een doel, dat nog wel verre van bereikt is, maar toch bereikbaar schijnt. In elk geval is het nu door de Vlamingen en Brabanders overgenomen Fransch niet geheel hetzelfde Fransch als dat der beschaafde Parijzenaars, maar eene taal, die dikwijls den Vlaamschen ondergrond niet onduidelijk laat doorschemeren, al zou ook alleen een spotvogel kunnen beweren, dat het geromaniseerd Vlaamsch is. De Franskiljons doen trouwens hun best, het op echt Fransch te doen gelijken.

Ten slotte nog deze opmerking. Indien het niet onwaarschijnlijk is, dat de verscheidenheid der talen minder op eigen evolutie berust, dan op den invloed der oudere taal van het volk, dat de

Dr. Jan te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche taal. 22

Sluiten