Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het beeldschrift in, dat zij eeuwen lang verbeterden door de beelden te verbinden en zóó te vereenvoudigen, dat zij geheel ophielden als beelden herkend te worden en slechts als teekens dienst deden. Zij slaagden er in, door duizenden en tienduizenden verschillende teekens allerlei begrippen, de meest abstracte niet uitgezonderd, in schrift weer te geven, en dat schrift (dat van bóven naar onderen moet gelezen worden, te beginnen met den meest rechtschen verticalen regel) werd daardoor eene duizelingwekkende, in vollen omvang aan slechts weinige geleerden bekende verzameling van voorstellings- en gedachtenteekens, die door vorm en groepeering hunner bestanddeelen de historische ontwikkeling van de eene voorstelling uit de andere door beeldspraak, overdracht, enz. ook aanschouwelijk kon makeniets wat het Europeesche' klankschrift niet vermag.

Nochtans, hoe ontwikkeld het Chineesche, ook door de Japanners en gewijzigd door de Annamieten overgenomen, schrift moge zijn, bij ons klankschrift vergeleken is het uiterst gebrekkig, en de volken, die het eerst op de gedachte gekomen zijn, niet de voorstellingen zelf, maar de spraakklanken voor die voorstellingen door teekens weer te geven, hebben daarmee een onschatbaren dienst aan de menschheid bewezen, want zij hebben het mogelijk gemaakt, dat men in een paar jaar meer leerde lezen, dan een Chinees gedurende zijn geheele leven.

Men heeft reden om te vermoeden, dat wij de uitvinding van het klankschrift te danken hebben aan de Aegvptenaars, al waren ook zij met beeldschrift begonnen. Oorspronkelijk toch — naar het schijnt reeds 3000 j. v. Chr. - waren de heilige schrijf beelden hunner priesters, de hieroglyphen, niet anders dan afbeeldingen van concrete, symbolen van abstracte voorstellingen. Keeds zeer spoedig echter voldeed deze wijze van schrijven hun niet meer. Zij kwamen op den vernuftigen inval - of, zooals zij geloofden, eene godheid, Thóth of Theuth, leerde het hun de beelden, die tot dien tijd toe alleen voorstellingen hadden aangeduid, als teekens te gebruiken voor de spraakklanken, waaraan die voorstellingen beantwoordden. Zij hadden toch opgemerkt, dat een groot gedeelte hunner woorden zich in lettergrepen laat ontleden en dat tal van woorden dezelfde lettergreep met elkaar gemeen hebben. Zij kozen dus beelden uit voor woorden, die uit ééne lettergreep bestonden, of (later) woorden, die met eene bepaalde lettergreep

Sluiten