Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de duidelijkste sporen van, dat het onder den invloed van het Semietisehe syllabaarschrift is voortgekomen, al zijn de letterteekens ook in 't geheel niet aan eenigen Semietisehen schrijfvorm verwant. Wel kent het dertien afzonderlijke vocaalteekens, maar drie daarvan dienen voor de vocalische r en 7, vier voor tweeklanken (ai of ê, Ai, au of ó en du) en de zes overige zijn er eigenlijk maar drie, ieder met een bijteeken om de lengte aan te duiden Alzoo geeft het slechts drie eigenlijke klinkers aan, a, i en u, dus dezelfde als in het meer ontwikkelde Semietisehe schrift, en vandaar de langen tijd heerschende, maar later onjuist gebleken, meening, dat er oorspr. ook niet meer dan deze drie in het schrift getypeerde (en ook inderdaad in het nu bestaande Sanskrit voorkomende) klanken in het Indogermaansch zouden bestaan hebben Bovendien worden die letters alleen gebruikt, wanneer een woord met een klinker begint. Volgt de klinker op een medeklinker, dan wordt hij niet eens door een afzonderlijk teeken aangeduid, maar door een bijteeken vóór, achter, onder of boven de medeklinkers. De korte a wordt dan zelfs evenmin als in de Semietisehe talen door eenig teeken aangeduid '). Eenige jongere Indische talen vertoonen verschillende jongere schriftvormen, zooals het Pali en, als nog veel jonger, het Pandzjabi, het Mahratti, het Gudzjarati, het Oriya, het Bengali en het maar half Indische Hindi, en bovendien het Tibetaansch en enkele Maleische talen, met name het Kawi, de oude schrijftaal der Javanen.

Het Perzisch werd reeds vóór de 5de eeuw v. Chr. in navolging van het Assyrisch en Babylonisch in spijkerschrift weergegeven. Het korte grafschrift van Cyrus is het oudste wat ons bewaard bleef. De groote inscripties van Darius en die van Xerxes vertoonen ons de schrijftaal in de 5de eeuw reeds in volle ontwikkeling; doch ook daarin zijn slechts drie vocaalteekens, voor a, i en w, terwijl het eigenaardig verschijnsel, dat de meeste medeklinkers verschillende vormen hebben, naarmate zij vóór eene a, vóór eene i of vóór eene w staan, er op wijst, dat de letters in eene voorafgaande periode niet ter aanduiding van afzonderlijke spraakklanken, maar van lettergrepen zullen gediend hebben. Het NieuwPerzisch, dat na invoering van den Islam in Perzië ontstond door

ij Overigens zie men over den oorsprong der letterteekens Georg Bühler Ou the oriyin of the Indian Ürahma Alyhabet, '2 Ed 1808.

Sluiten