Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enkele wijzigingen eerst in drie verschillende Italische alphabets splitste: het Etrurische, het Umbrische en het Oskische, alle door het schrijven van rechts naar links en het invoeren van het teeken 8 voor den /-klank, die in het Grieksch niet bestond, zich onderscheidend van het wat latere, ook uit het Chalkidisch-Grieksche voortgesproten, Latijnsche schrift, waarbij wij wat langer moeten stilstaan omdat het eeuwen later werd overgenomen door alle Kelten en Germanen en door die Slavische volken, welke, als de Polen Tsjechen, Sloaken en Kroaten, niet tot de Grieksche, maar tot de' Roomsch Katholieke kerk behooren.

Aan 21 letters van het Grieksche alphabet hadden de Latijnen voor het hunne genoeg, welke, zooals zij langzamerhand getypeerd werden, in vorm gedeeltelijk volkomen met de Grieksche overeenstemden, gedeeltelijk er van afweken, namelijk: A, B, C (de Grieksche T, dus de media 9), D (Gr. A), E, F (de Grieksche ïgamma of w, maar door de Latijnen voor hunne in het Grieksch ontbrekende stemlooze labiodentale spirant gebruikt), L (als onze z), H (voor den /i-klank), I, K, L (Gr. A), M, X, O, P(Gr.ri)

lïï P)' S (Gr' X)' T' V (y°°r u en w') en X (e^nals in' t thalkidisch voor Jcs) ')

Al vroeg werd de C, die aanvankelijk uitsluitend de media g had aangeduid, ook voor de tenuis 1c gebruikt (misschien door te geringe onderscheiding in de uitspraak) met dit gevolg, dat de K in onbruik raakte, behalve bij enkele woorden. In den tijd van en eersten Punischen oorlog echter begon men weder de behoefte te gaan gevoelen om de gutturale media van de tenuis te onderscheiden en duidde men de media.? met een bij teeken aar., waardoor dan de letter G ontstond naast de C, die weldra uitsluitend als beeld van den /.-klank gold. Zóó was het in den tijd van Cicero, die, daar de Z in echt Latijnsche woorden niet meer gebruikt werd, aan het Latijn 21 letters toekende *). In het midden van de eerste eeuw v. Chr, toen Grieksche wetenschap en wijsbegeerte

; uoii nor net Latijnsche schrift kunnen wy ons tot de kapitale letters bepalen, omdat de unciale majuskels en minuskels en de cursiefletters bij

Ï!irt aen n V0',!" °°k daaimee Vi,n ^lijken oorsprong en volkomen g . j waaidig zijn. Even weinig beteekenen in dezen de ligaturen want slechts eene enkele is soms geworden tot wat men een ideogram zou kunnen

munten voor T " V°°'' de ^reepte Z op middeleeuwsche

2) Zie Cicero n" v /' ^ n00™' X en P samenf?estelde chrisma.

) «e Ucero, De },atura Deorum II 37.

Sluiten