Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geerend-aggl utmeerende talen, die door een groot aantal stammen ten Zuiden van den aequator gesproken worden en die dus met elkaar de hoofdgroep der /uidafrikaansche talen vormen (over de uJcuhlopina, die er heerscht, zie bl. 68 vlg.), zijn de voornaamste: in Oost-ZuidAfrika de Sesjoeana-ï&aX der Beetsjoeanen ten Westen van Transvaal, de Sesoeto-t&&\ der Basoeto's in het Westen van Natal, en der Matabelen in Bbodesia, ten Noorden van de Limpopo, voor zoover zij door Ceeil Ehodes niet zijn uitgeroeid, de taal der Zoeloe's ten Oosten van Transvaal, en de verschillende Zanzische talen, die Noordelijk ongeveer tot den aequator en Westelijk tot het Tanganika-meer gesproken worden, waartoe o. a. in Duitsch OostAfrika het KiJcami van den Wakami-stam en het Kimwera behoort, en aan den aequator de Kamba-, de NjiJca- en de Taita-taal en waar' van de, ook litterariseh ontwikkelde, SwaJieli-taal ') der stad Zanzibar de voornaamste is. In West-Zuid-Afrika leven onder het Duitsch bestuur van Damaraland de volksstammen, die het Otsji-Kwanjama en het Otsji-Herero spreken 2). Onder het bestuur der Portugeezen wordt Noordelijker de Boen,la-taal (of Kimhoenda) gesproken, en onder Belgisch toezicht aan de Congo het Fiot, waarvan reedl in 1659 Brusciotto te Bome in het Latijn eene grammatica uitgaf.

IV. De Negertalen of de talen van Noordelijk West-Afrika, waartoe (van Oost naar West) de volgende alle min of meer agglutineerende talen behooren : de Boebi-taal van het eiland Fernando-I'o, de Iglo-taal aan de Nigermonden, de taal van Jorula of Jarriba, de Akra- of Gan-taal, de üW-taal 3), de Ttyï-taal der Asjantijnen, waarvan wij eene spraakkunst en een woordenboek bezitten door .T. G. Christai.i.eh , de Grcbo- taal van Mayland, de Kroe-taal aan de St. Paulsrivier in Liberia, de Boellom-t&vA enz, alle in Opper Guinea; en dan in Senegambië vooreerst de Wo/of-taal en verder de Mandingo-talen »), zooals de Soesoe-, de Bamlara- en de Mpongwe-taal. In West-Soedan wordt aan den Niger tusschen Iimboektoe en Say de Songai/-t&&\ gesproken, bij

M C, G. Büttner gaf daarvan te Berlijn in 1890 een JVörterbuch en in 1894 eene Anthologie uit.

2, Zie P. H. Brincker, WVrterbuch und kurzgefasste Grammat ik des OtjiHerero, Leipzig 1886 en Lehrbuch des Oshikuanjama, Berlin 1891. ,/) Zie E- Heniici, Lehrbuch der Ephe-, Aulo-, Aiiecho- und DahomeMundart, Berlin 1891.

4) Zie H. Steinthal, Die Mande-Neger-Sprachen, psgchologisch und phonetisch betrachtet, Berlin 1867.

Sluiten