Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is het Malayasi, in het begin van de Christelijke jaartelling daarheen uit het Oosten overgebracht.

In Zuid-Afrika vooral zijn Europeesche talen de heerschende talen der beschaafde bevolking van Europeesche afkomst geworden, die ook in verhaspelden vorm door de groote meerderheid der daar wonende Hottentotten en Kaifers gesproken worden. Het zijn de Nederlandsclie en de Engelsche faal, die daar nu om den voorrang strijden, ofschoon het Nederlandsch er eene eigene deflecteerende richting heeft genomen en er met allerlei vreemde bestanddeelen vermengd is 1), terwijl het Engelsch er in vrij zuiveren vorm veld wint. Toch heeft het Nederlandsch er verreweg de oudste rechten, want door Nederlanders onder Jan van Riebeek werd in 1652 aan de Kaap de Goede Hoop de kolonie gesticht, van waar de verspreiding der Europeesche beschaving over Zuid-Afrika later zou uitgaan. Dat de immigratie van een vrij groot aantal Fransche Hugenooten in het laatst der 17de eeuw weinig invloed op het Nederlandsch daar heeft gehad, en dat de veranderingen, die onze taal er onderging, veeleer te wijten zijn aan den invloed van het uit Nederlandsch Indië overgebracht en daar als algemeene omgangstaal in de 17de eeuw heerschende Maleisch-Portugeesch, een erbarmelijk mengelmoes van deze beide talen met veel Hollandsch vermengd, is overtuigend aangetoond door D. C. IIesselixg. 2) Daarnaast echter bleef men als regeeringstaal, kanseltaai en schrijftaal ook nog het Nederlandsch gebruiken, dat er den naam van Hoog-Hollanihch kreeg tegenover het Zuidafrikaansch of KaapschHollandsch (Cape Dutch). Met de definitieve verovering der Kaapkolonie door de Engelschen in 1806 begon het Engelsch er het Nederlandsch te verdringen. De vestiging van tal van Engelschen bracht er het Engelsch als omgangstaal, maar de groote meerderheid bleef er toch nog Zuidafrikaansch Hollandsch spreken en Hoog-Hollandsch van den kansel hooren en in den Bijbel lezen.' Daarentegen had het Nederlandsch er als officiëele taal weldra afgedaan en wel volstrekt sinds 1825 bij de kanselarij, sinds 1828 bij de rechtsspraak en omstreeks dienzelfden tijd ook bij het

i) Uitvoeriger schreef ik over het Zuidafrikaansch Hollandsch in Vragen van den Dag XI (1S96) bl. 345-352, 418-442, 483-505. Zie ook W. J. Viljoen, BeitrRge zur Geschichte der Cap-Hollündischen S/irach^ Strassburg 1896 en Heinrich Meijer, Die Sprache der Buren, Göttingen 1901.

a) Zie D. C. Hesseling, üet Afrikaansch, Leiden 1899.

Sluiten