Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. Van het Maleisch-Polynesisch wordt alleen het Maleisch in Azië gesproken en wel, behalve in het Zuidelijke deel van het schiereiland Malakka, uitsluitend op de eilanden van den Indischen Oceaan. Het eiland Formosa is het Noordelijkste, waar Maleisch gesproken wordt. Op de Philippijnen, waar over het algemeen Papoea-talen heerschen, worden toch ook Maleische tongvallen gesproken: het Tagalisch, Visayisch en Pampangisch '). In Neder• landsch-Indië spreken de Europeanen met de bevolking der verschillende eilanden meestal een zeer eenvoudig Maleisch, dat ook wel Laag-Maleisch wordt genoemd, over alle eilanden als eene soort van algemeene spreektaal verspreid is, zonder daarom eene beschaafde taal te kunnen heeten, en vele bestanddeelen uit andere talen (vooral Portugeesch, Nederlandsch en Arabisch) in zich heeft opgenomen. Daarnaast echter heerschen de werkelijke Indonesische volkstalen, zooals het Alfoersch op de Molukken, het Makassaarsch en Boefjine.esch op Celebes, de taal der Dajaklcers op Borneo, het Tobasch of de taal der Batakkers, het Lampongsch, het Menanrjkabausch en de taal van Atjeh op Sumatra, de taal van het eiland Aias ten Westen van Sumatra, het Bimaneesch op Soembawa, het Balineesch op Bali, het Madoereesch op Madoera, en op Java het Soendaneesch en het Javaansch.

Over al deze talen bezitten wij, vooral van Nederlanders, belangrijke studies, tekstuitgaven spraakkunsten en woordenboeken 2), zooals voor het Maleisch in 't algemeen van P. P. Koouda vak Eysinga, J. J. de Hollander, J. Pijsappel Gzn\, D. Gerth van Wijk en H. C. Klinkert, voor het Makassaarsch en Boegineesch van B. F. Matthes, voor het Tobasch en Lampongsch van H. N. van der Tuur, voor het Menangkabausch van J. L. van den Toorn, voor het Atjehsch van K. F. II. van Langen en C. Snouck Hurgbonje, voor het Soendaneesch van H. J. Oosting en G. J. Grashuis,

') Verschillende Philippijnsche talen en die van andere Oostelijke eilanden vonden een beoefenaar in J. G. F. Riedel, blijkens zijne werken: Bijdrage tot de kennis der talen en dialekten, voorkomende op de eilanden Luzen of Lesoeng, Panai of Ilong-Ilong, Balanyingi, Sulog, Sangi alsmede op Noord- en Midden-Celebes <1868) en Bijdrage tot de kennis der dialecten op het eiland Timor (1899). Eene Sangireesche Spraakkunst (Leiden 1893) hebben wjj ook van N. Adriani.

3) Voor zoover zij tusschen 1S00 en 1875 geschreven zyn, alle te vinden bij P. A. M. Boele van HüNSBROEK, De b'oetening der Oostersche talen in Nederland en zijne Ovtrzeesche bezittingen, Bibliographisch Overzicht, Leiden 1875

Dr. Jan te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche taal, 25

Sluiten