Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

talen aan den Noordpoolcirkel. Met elkaar vormen zij zes groepen : 1°. de talen der Aleutische eilanden; 2°. der Koerillen en van het Ainoe-volk aan de Zuidspits van Kamtsjatka ; 3°. der Tsjoektsjen en Korjalen in het Oostelijkste gedeelte van Siberië; 4°. der Jakoegiren en Tsjoeicantsen ten Oosten van de Lena; 5°. der Jenmëi-Osijaken, waarmee de taal der Kotten verwant is, Westelijk van de Jenisseï '); en 6°. de taal der Eskimo's op Groenland en in de Poollanden van Noord-Amerika (zie bl. 347).

Y. Het Semietisch, verwant met het reeds besproken Chamietisch in Oost-Afrika, omvat eene zeer belangrijke groep van flecteerende talen met eigenaardige voorvoeging en klankwisseling bij de vervoeging der werkwoorden, waarvan de vormen niet den tijd der handeling maar de voortduring en de meer of mindere strekking tot voltooiing der handeling en bovendien allerlei zeer verschillende voorstellingswijzen van handeling aanduiden. Bij de persoonsvormen wordt het voornaamwoord, dat oqk wel, maar naar verhouding zelden, afzonderlijk voorkomt, achteraan gevoegd. De ook wel door lidwoorden (Hebr. ha, Arab. al) bepaalde naamwoorden, die in het mannelijk en vrouwelijk, maar niet in het onzijdig geslacht voorkomen en waarbij uitgangen het meervoud en in sommige talen ook het tweevoud van het enkelvoud onderscheiden, hebben in de meeste Semietische talen de vroegere eigenlijke buigingsuitgangen (op enkele resten na) verloren. De naamvalsbetrekkingen worden daarom gewoonlijk alleen aangeduid door de plaatsing in den zin, waarbij in den status construcius, die aanduidt, dat een woord door een ander bepaald wordt, soms eene kleine wijziging in den vorm van het bepaalde woord is gebracht, om het te gemakkelijker als één geheel (als 't ware als samenstelling) met het bepalende woord te kunnen opvatten. In den status demonstrativus of emphaticus, die aanduidt, dat op een woord uitdrukkelijk de aandacht wordt gevestigd, neemt dit woord een partikel achter zich, wat men desnoods buigingsuitgang zou kunnen noemen. In jonger Semietisch doet deze vorm dienst als naamval van het lijdend voorwrerp. De meeste zelfstandige naamwoorden zijii eigenlijk infinitieven, evenals de meeste bijvoegelijke naamwoorden eigenlijk participia zijn. Samengestelde woorden zijn betrekkelijk zeldzaam. Wat het klankstelsel betreft, is het Semietisch

1) Zie M. A. Castrén, Versnelt einer Jenisseï-Ostjakischen und Kottischen Sprachlehre nebst Wörterverzeichniss, St. Petersburg 1858.

Sluiten