Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opmerkelijk rijk aan gutturale consonanten en aan verscheidenheden van sjewa's, met vocalen wisselend (vgl. voor het Hebreeuwsch bl. 198 vlg. en zie over het accent in de Senaietische talen bl. 223).

Of G. J. Ascoli en Friej>rich Delitzsoii, de bekende beoefenaar van het Assyrisch, het bewijs geleverd hebben, dat voor de Semietische en Indogermaansche talen eenzelfde oorsprong moet worden aangenomen, laat ik in 't midden, maar niet zonder te hebben opgemerkt, dat voor hare wortelverwantschap ook Leo Beinisch, H. Brugscii en Kabl Abel hebben gepleit (zie bl. 6(5). Andere kenners van de Semietische talen te noemen, is bij het groot aantal van hen ondoenlijk. Zelfs van de Nederlanders, die zich bijzonder aan de studie van deze talen gewijd hebben, en reeds in Üe 17de eeuw daarin door de werken van Thomas Erpenius en Jacob Golius eene groote vermaardheid verworven hadden, kan ik alleen de voornaamste vermelden, en wel voor het Hebreeuwsch in de 18de eeuw Ai,hert Schultens en E. Scheidius, in de 19de eeuw Taco Eoorda, J. P. K Land en .T. D. Wijnkoop, voor het Phoenicisch H. A. Hamaker, voor het Arameesch Albert Schui.tens en in de 19de eeuw .r. C Swfghuysen Groenewoud, voor het fSyrisch J. P. N Land, voor het Samaritaansch G. van Vloten en voor het Arabisch in de 18de eeuw Hendrik Aldert Schultens en in de 19de T. G. J Jutnboll, E. P A Dozy, M. J. de Goeje, m. 1 ir Houtsma en C. Snouck Hurgron.te.

De Semietische talen, die door de groote stabiliteit, welke zij bezitten, een nauwen graad van verwantschap met elkaar vertoonen1), zijn terug te brengen tot vijf hoofdgroepen :

1°. Het BabylonischAssyrisch, ons overgeleverd door zeer uitvoerige en belangrijke opschriften in spijkerschrift (zie bl. 3U\ die tot zeer hooge oudheid opklimmen, met name de uitgebreide, door Lavard onder de bouwvallen van Ninive ontdekte bibliotheek van Koning Asoerbanipal (Nardanapalus) uit de 7de eeuw v. Chr. -) en, als het oudste, het uiterst merkwaardige, in 15)01 te Suza gevonden, ingebeitelde wetboek van Koning Hammoerabi, dat reeds moet dagteekenen van omstreeks 2250 v. Chr.

•) Heinrieh Zimmera, Vergleichcnde Grammat ik der semitischen Sprachen Berlin 1S08, geeft daarvan in beknopten vn> m oen goed denkbeeld. Onvoltooid bleef van E. Renan Hhtoire yénéiuCe et syslème comparé de* lanmies sémitique», Paus 1855.

-) Zie Carl Bezold, Kurzgefasster Ueberbliek ilber die babulonisch-assurische Litteratur, Leipzig 1886.

Sluiten