Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het Chineeseh, dat door Boeddhisten in Japan is ingevoerd en dat zelfs zijn letterschrift aan de Japanners heeft overgedragen, die daarin sedert de 8ste eeuw eene over het algemeen belangrijke letterkunde hebben voortgebracht. Tot de oudste voorbrengselen daarvan behoort het heilige boek Koziki van 712 en de oude kroniek Yamatahoemi, beide in eene ouderwetsche taal, die nog niet, zooals de volkstaal, door het opnemen van tal van Chineesche woorden verbasterd is. Bij ons hebben zich met de studie van het Japansch vooral beziggehouden Ph. F. van Siebold en J. H. Donker Ci'Rïius, wiens „Proeve eener Japansche Spraakkunst" (van 1857) in 't Fransch is vertaald door li. Paoès, die in 1862 ook zelf een „üictionnaire Japonais-Fran^'ais" uitgaf Overigens is bij ons op het gebied van het Japansch het meest geleverd door J. J. Hoffmann, die o. a., behalve eene „Japansche Spraakleer" (1868', ook een „Japansch Woordenboek" samenstelde, van 1881 tot 1892 uitgegeven door L. Serririer. Onder de Fransche beoefenaars van het Japansch (en ook van het Chineeseh) verdient vooral nog Léon de Rosnï vermelding als redacteur van de Mémoires de la Société Sinico-Japonaise et Océanienne, sedert 1877. Waarschijnlijk is de taal van Korea aan die van Japan verwant. Op het nu Japansche eiland Formosa wordt Maleisch gesproken.

E. De Europeesche talen.

Ofschoon in verreweg het grootste gedeelde van Europa het Indogermaansch heerscht, dat wij in de volgende paragrafen afzonderlijk zullen behandelen, worden er in Europa toch ook nog meer niet-Indogermaansche talen gesproken, dan men geneigd zou zijn te veronderstellen. Deze behooren grootendeels tot:

I. Het Oeral-aliaisc/i, en wel tot vier verschillende onderdeelen er van:

1°. Het Turlcsch Tat arisch, waarvan het Turksch de hoofdtaal uitmaakt, dat, met veel Arabisch vermengd en met Arabisch letterschrift geschreven, gesproken wordt door de heerschende bevolking van Constantinopel en van dat gedeelte van het Balkanschiereiland, waar de Turken na het Berlijnsch verdrag van 1878 nog baas mochten blijven, d. i. Oost-Boemelië, Macedonië en Albanië, ofschoon de eigenlijke bevolking dezer streken geheel andere talen spreekt. Verder behooren tot deze groep in het .Russische Kazan het Kazan-

Sluiten