Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

F

taal der Majyaren, die zich in de 9de eeuw van Pannonië of Hongarije en Zevenburgen meester maakten, waar zij misschien eene, toen geografisch van hare stamverwanten afgezonderde, Finnische bevolking vonden. Ofschoon wonende te midden van Indogermaansch sprekende volken, hebben deze Majyaren hun HongaarscJi of Maji/aarsch weten te handhaven als eene door agglutineerende woord- en zinvorming en incorporatie (zie bl. 95) en door accentueering en vocaalharmonie (zie bl. 220 vlg.) typisch linnischOegrische taal, die als zoodanig het eerst is herkend door de Zweden Olaf Rudbeck (1717) en Strahlenberg (1730), en waarvan het Oegrisch karakter het eerst is bewezen door Sajsotics (1770) en Sam. Gyarmatiii (1799). Het oudste Hongaarsch is ons uit geschriften van de 12de eeuw bekend en sedert de 15de eeuw is er eene steeds toenemende litteratuur in ontstaan

Behalve deze Oeral-altaïsche talen vindt men in Europa nog:

II. De Kaukasisclie talen1)) die in allerlei verscheidenheden in en om den Kaukasus gesproken worden tusschen de Zwarte en de Kaspische Zee, maar waarvan slechts enkele met elkaar verwantschap vertoonen (zie bl. 152). Men onderscheidt ze in Koord- en Zuidkaukasische talen. Tot de eerste behoort het Tsjerkessüch langs de kust der Zwarte Zee, het Khistisch of de Toesj taal, het Kalardiscli, Tsjetsjemiscli, Lezgisch, Awarisch en Abckazisch; tot de andere het Georgisch of Groesinisch 2), reeds door eene bijbelvertaling uit de 8ste eeuw bekend, en verder het MingreliscJi, Lazisch, Soeaniscli, Kasikoemidisch, enz.

III. Het Basl-isch of de taal der oude Basken of Wasken (Fr. Basques, Sp. Bascongados of Vascongados), die nu nog gesproken wordt in een deel van Spanje (Biscaye) en van Frankrijk (Gasconje, d. i. Wasconje). In het Baskisch zelf heet die taal Euslara (d. i. taal). Men heeft er wel vijfentwintig verschillende tongvallen van onderscheiden, die echter tot zes hoofddialecten terug te brengen zijn: 1°. dat van Biscaye of het Vizcayisch; 2°. dat van Guipuzcoa of het Guipuzcoanisch; 3°. dat van den Labourd, waarvan Bayonne de hoofdstad is, het Lalordanisch; 4°. dat van Beneden- of Fransch-Navarre; 5°. dat van Boven- of

i) Zie R. von Erckert, Die Sprachen des kaulcasischen Stammes, Wien 1895. Vele dezer talen zijn ook door A. Schiefner bestudeerd.

») Zie Hugo Schuchardt, Ueber das Georgische, Wien 1895.

Sluiten