Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Romeinsche rijk in twee deelen, het Westersche en het Oostersche, gesplitst was, slaagde het Griekseh er, zij het ook eerst een paar eeuwen later, in, de regeeringstaal te worden van het Oostersche rijk, allengs Byzantijnsch genoemd naar Byzantium, den ouden naam van Constantinopel.

De geheele middeleeuwen door, tot den val van Constantinopel in 1453 toe, is het daar als spreektaal en voertuig eener omvangrijke letterkunde gebruikt, en dat in zoovele eeuwen het Griekseh daar in vele opzichten veranderingen heeft ondergaan (zie daarover bl. 321), spreekt van zelf. Ook onder de heerschappij der Turken is dat Middelf/rieksch niet bezweken : in eigenlijk Griekenland en op de Ionische en andere eilanden (ook op Kandia, het oude Kreta) bleef het voortleven, zij het ook onder den naam van Eomaansche taal of 'PojtMïic/; yAoxro-ot, en in erbarmelijk verbasterden toestand, totdat de Grieksche vrijheidsoorlog in 1830 met de stichting van een onafhankelijken Griekschen staat eindigde en de Grieksche volkstaal, vooral door het weer in gebruik nemen van Oudgrieksche woorden, tot een beschaafd Nieuivyrieksch^) werd gemaakt met eene nieuwe litteratuur. Dat er ook een groot aantal woorden uit andere talen, vooral uit het Italiaansch, in zijn opgenomen en dat de Oudgrieksche vormen er sterk in zijn afgesleten en de klanken er zeer sterk (vooral door itaewme) in gewijzigd zijn, ontneemt niets aan het echt Griekseh karakter dezer taal; en hoezeer men er in Griekenland naar streeft, haar kunstmatig meer en meer aan het Oudgrieksch gelijk te maken, bewijst het verzet, dat nog onlangs bij velen het voornemen heeft gevonden, om het Nieuwe Testament in Nieuwgrieksche vertaling in gebruik te brengen en Aeschylus' Orestie in het Nieuwgriekseh ten tooneele te voeren, daar men verlangde, dat iedereen die ook in het Oudgrieksch zou kunnen verstaan.

II. Het Italisch en Romaansclt.

Yan de verschillende Italische talen heeft het Latijn 2), de taal

1) Zie G. N. Hatzidakis, Einleitung in die iieugriechische Grammat ik, Leipzig 1892 en A. Thumb, Handbuch der neugrieehischen Volksuprache, Strassburg 1895. Onder de Nederlandsche beoefenaars van het Nieuwgriekseh is in de eerste plaats D. C. Hesseling te noemen, die voorgangers had in D. Burger en in H. C. Muller, van 1889 tot 1897 redacteur van 'EAAa$.

2) Hoofdwerken er over zijn: W. Corssen, Ueber Aussprache, Vocalismus und Betonung der lateinischen Sprache, Leipzig 1858 -59,2te Aufl. 18Ö8—70;

Sluiten