Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door samenstelling met da (waarschijnlijk Aorist van 't werkwoord dón, NI. doen) gevormd Praeteritum (zie bl. 206) J). Dat Praeteritiim is eigenlijk het Indogermaansche Perfectum, de eenige tijdvorm behalve het Praesens, die nog in de Germaansche talen gehandhaafd is. De andere tijden beginnen in 't Actief gevormd te worden door omschrijving met vormen van andere werkwoorden en den Inf of het Part. Perf., en evenzoo in 't Passief, waarvan de enkelvoudige tijdvormen, nog maar alleen in 't oudste Germaansch voorkomen. De wijze van omschrijving echter is niet in alle Germaansche talen dezel'de en klimt dus niet tot het Oergermaansch op. De geheele Conjunctief is verdwenen: de Optatief heeft er de functie van overgenomen. Het augment is met de augmenttijden vervallen en wordt nog maar alleen verscholen teruggevonden in het Got. iddja (ging, uit Idg. eidm) en het Ags. eode (met achtergevoegd de van het zwakke Praeteritum), maar de reduplicatie bestaat in het oude Germaansch nog wel' ofschoon alleen bij eene bepaalde klasse van werkwoorden (zie bl. 106 vlg. en 226 vlg.) De Infinitief van het Actief, die ook wel voor het Passief gebruikt wordt, is bij de meeste sterke werkwoorden een onzijdig substantief op -an (uit -onom) in den Xom. of Acc. en gaat bij de zwakke werkwoorden uit op eene n, gevoegd achter den zwakken Praesensstam : vandaar werkwoorden met Infinitieven op -jan, -ón en -ain (? Got -an Ohd. -én). Het Part. Praes. heeft het suffix -nth- achter den Praesensstam. Met het suffix (a)tij- is in eenige Germaansche talen ook een Gerundium gevormd, dat in den Genetief (Os -annias, Ohd -ennes, Mnl. ens), in den Datief (Os. ■annia of anne, Ohd. -enne, Mnl. enne of -ene) en in den Instrumentalis (Ohd. -ennv) voorkomt. Als eigenaardig soort van werkwoorden treden in het Germaansch in vrij groot aantal de in het overige Indogermaansch uiterst zeldzame Praeterito-praesentia op, met perfect vorm en praesensbeteekenis.

Grootehjks is het aantal woorden in het Germaansch toegenomen door (meestal determinatieve) samenstelling, syntactische

1) Fr. Lorentz, Ueber das selneache Prat-ritum des Germanischen, Leipzi» 1894, H. Paul in Paul und Braune's Beltrüge VII p. 136 ffM Fr. Kfuge ju boven aangehaald werk en anderen staan deze verklaring van het zwakke Praet-ritum voor. Anderen daarentegen verklaren het, op voorgang van \\. Begemann, Dan schwache Priiteritum der germ. Sprachen, Bei lin 1873 uit een ldg. «-suffix, en J. Wackernagel en ütto Behaghel in Kithn's Zeitschrift XXX p. 313 uit een //(-suffix.

Sluiten