Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter schijnt het tusschen hen en hunne onmiddellijke voorgangers

tot een vergelijk te zullen komen door het temperen hunner vroeger

wel wat al te absoluut verkondigde theorieën, het meer op den

voorgrond stellen van de psychische momenten bij de taalontwik-

e mg en het toenemend bestudeeren van de taalveranderingen bij

de levende tongvallen, waarop men zich overal, en niet het minst

binnen he Germaansch taalgebied, heeft toegelegd, en waardoor

men ook het gewicht van wederzijdschen invloed, taainabootsing

en taaisuggestie (ook door onderwijs en schrift) meer heeft leeren inzien.

In Nederland werd na Ten Kate aanvankelijk geen ander deel der Germanistiek wetenschappelijk bestudeerd, dan het Middelnederlandsch, waarvan de degelijke beoefening begon met Baltiiazar Hutdecoper, blijkens zijn levenswerk, de voortreffelijke uitgave van Stoke's Rijmkronijk in 1772. Xa hem treedt als beoefenaar van het Middelnederlandsch (aanvankelijk naast W J A Jonckbloet) vooral Matthias de Vries >) op den voorgrond, en vervolgens van zijne leerlingen vooral Eelco Verwijs, H E Moltzer Jacob Verdam, W. L. va, Helïen en, als jongeren,' J. W. Muller, F. A. Stoett, P. Leendertz Jr. (evenals ook zijn vader P. Leendertz Wz.) en, in Zuid-Nederland, F. van Veerdeohem, Willem de Vreese, C. Lecoutere en L. Scharpé. Van de oudere, met altijd streng wetenschappelijke, maar overigens zeer verdienstelijke Zuidnederlandsche beoefenaars van het Middelnederlandsch noem ik kortheidshalve naast den grondlegger der studie van die taal in België, Jan Frans W.llems, alleen Jan Baptist David, J. H. Bormans, C. P. Serrvre, F. A. Snellaert, en . Stallaert. "Van de Duitschers, die de studie dezer taal krachtig bevorderd hebben, verdienen H. Hoffmann von Faliersleben, Fraxz Wh Mone, Edi aru Kausler, Ernst Martin en Johannes iranck bijzondere vermeldine.

S.rache (en daarin Franz. Lchnbeziehungen door Dietrich Behrens en

eE„r„ ?ri&r vt" r

BUUm, Leipzlg"»» "08 ' ' ' Laut'und-Formtn,thre <>•' altgtrm.

van M^edTvenUl7 'V,' 3tudie der -Ionische taal ah het werk van, Matthias de Vrm schreef ik in Vragen van den Dag VII (1892).

Sluiten