Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

althans naar het getuigenis van Walafrid Strabo {De rebus ecclenasticü 7) nog in de 9de eeuw. Degene, die vandaar uit ten i oorden van de Zwarte Zee, in de Kritn, waren gaan wonen, spraken zelfs nog Gotisch in het midden van de löde eeuw, toen Ogieb Busbeck een paar van hen sprak en uit hun mond eene lijst van 86 woorden en een paar zinnen opteekende i), die, hoe gewijzigd ook, en hoe gebrekkig misschien ook overgeleverd, toch nog zeer goed als Gotische woorden te herkennen zijn. Wat de klinkers betreft, blijkt daaruit o. a., dat de ê in i, de ó in ü, de au in 6 en de ai in ie waren overgegaan, terwijl de uitgangen'ten (maar noS niet a'le) toonloos geworden waren. De spirantische th schijnt aan 't begin der woorden t of is, aan 't eind te geworden te zijn, terwijl de s aan het begin vóór medeklinkers (althans vóór l en w) misschien gepalataliseerd was. Opmerkelijk is het, dat de uitgang tu der onzijdige adjectieven zich had gehandhaafd,' ook bij (i)ta (het), en vooral opmerkelijk, dat het subst. ei (uit Germ. *ajjó) in dat Krimgotisck ada luidt in overeenstemming met een, niet \ oorkomend, addjis, dat als Gotische vorm mag worden

aangenomen. L mlaut schijnt ook toen nog niet in het Gotisch te zijn opgetreden.

Waarschijnlijk was ook de taal der Burgundiërs nauwer met het

Gotisch, dan met eenige andere Germaansche taal verwant, en

misschien ook die der Wandalen of Wandiliërs, waarover wij echter

zoo goed als alleen door overgeleverde eigennamen kunnen oordeelen 2).

II. Het Noor dg er maannek.

Het alleroudste Noordgermaansch is ons alleen bekend uit eenige door classieke schrijvers medegedeelde woorden en andere, die reeds zeer vroeg in de Finnische en Lapsche talen opgenomen zijn (zie bl. 285) en verder nog uit eenige runeninscripties (zie bl. 328—330), waaruit o. a. blijkt, dat in den tijd, waarvan zij dagteekenen, de'

Rn'i ï" JW0°rdenl^t< flie l:lng ir- vergetelheid was geraakt, werd uit Busbeek b Legattonts Turctcae epistolae quattuor, Antv. 1595 weer opnieuw

mfl. iJTrr V' Mr'TV" ***»

1>«iV n ' Verdei' W- T°raaschek, Die Goten in Taurien. Wien 1881, K Braun, Die letzten Schickaale der Krimgoten, St.-Petersburg 1890. en

D'e Keste der hermanen urn Schwarzen Mee re, Halle 1896 burg i '61' R Wrfide' Ueber di' S*rache der "'«"dalen, Strass-

Sluiten