Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wereld moet nog bestanddeelen bevatten die God kan lief hebben, er moet nog iets zijn dat de wereld beminnelijk kan maken in de oogen Gods. En toch, de wereld is niet beminnelijk; de wereld is niet schoon, en bet schoone alleen is beminnelijk. Wij vinden ons hier in eene tegenstrijdigheid gevangen, waar men moeilijk uit kan komen. Laat ons, alvorens wij beproeven ot bij die ons daarin gebracht beeft er ons ook uit kan helpen, ons zeiven diep doordringen van de klaarblijkelijkheid. dat hier een tegenstrijdigheid is. Van de klaarblijkelijkheid, zeg ik. Indeidaad, 'tis de uitspraak des gewetens — bet geweten nu is de klaarblijkelijkheid — dat God de wereld niet liefheeft. Raadpleegt alle volken der aarde, raadpleegt al wat hunne geschiedenis en hunne godsdiensten ons doen gissen ten opzichte van hunne innigste overtuigingen, zoowel bij de heidenen als bij dat volk waartoe deze Galileesche visscher behoorde. Hun aller diepste overtuiging, het beginsel van hun aller godsdiensten, is immers dat God de wereld niet liefheeft? De besten zeggen: God bemint sommigen in de wereld, die niet van de wereld zijn. „JaJcob heb Ik liefgehad en Ezau heb Ik gehaat," zegt de Heer zelf bij dat volk dat zich beroemt zijne openbaring te bezitten. Welnu, aan het beste in de godsdiensten der menschen, aan deze uitverkiezing Gods, aan deze liefde tot sommigen sluit zich ons tekstwoord aan: namelijk door dat uit te strekken en uit te breiden, door dat vreemd en wonderspreukig te maken: niet sommigen in de wereld, in die ellendige, bedorvene en sterfelijke wereld, maar de wereld zelve is het voorwerp van Gods liefde.

God heeft de wereld lief gehad. Ik herhaal het, dat is vreemd en wonderspreukig. Doch, het zou kunnen zijn, dat wij het woord liefde in een te innigen zin hadden genomen : daar zijn verschillende soorten van liefde, daar zijn verschillende trappen in de liefde. De liefde Gods tot de wereld kon wel.... ik schaam mij bijna het te zeggen, sprekende over God, maar als menschen spreken wij de taal der menschen, en onze maatstaf is de maatstaf der menschen .... de liefde Gods tot de wereld kon wel zijn wat

Sluiten