Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zulk eene daad niet wettigen, en het ontneemt haar het karakter van misdaad niet. Eene misdaad! En jegens wien? Wie geeft aan deze daad het karakter eener misdaad ? Wie is hier de rechter, die kwaad noemt wat Rome goed heet? Er is dus ook voor Pilatus een ander rechter dan de keizer, eene andere rechtbank dan het Forum van Rome. Voor die rechtbank, voor dien rechter is hetgeen hier voorvalt niet te verontschuldigen; voor die rechtbank en voor dien rechter is en blijft het hier gebeurde eene misdaad.

Ik ben onschuldig aan deze misdaad, zeg Pilatus. 11c hen onschuldig aan het Moed dezes rechtvaardigen; gij moogt toezien. Deze misdaad, die ik als zoodanig heb erkend en die ik bedrijf — ik bedrijf ze niet. Ik lever dien rechtvaardige over — maar ik doe het niet. Ik verklaar het u, ik verklaar het openlijk, plechtig en van ambtswege. Ziet, ik doop mijne handen in het zuivere water, en ik reinig mij aldus van het bloed dat ik vergiet. Ziet, mijne handen zijn rein; er kleeft geen bloed aan. Ik heb dien rechtvaardige niet vermoord; gij zult daaraan denken indien er wellicht naderhand iemand komt, van waar ook, hetzij van nabij of van verre, van omlaag of van omhoog, vroeg of laat, om dit bloed te wreken en te onderzoeken wie het vergoten heeft. Gij zijt mijne getuigen, ik ben het niet. Ik wascli er mij vrij van.

Ik herhaal het: er moet veel in het hart van Pilatus zijn omgegaan, eer hij zoover gekomen is om zijn hart dus bloot te leggen, om dus zijnen inwendigen strijd te verraden; hij de hardvochtige, de trotsche, de onbuigzame; en om dien strijd voor de Joden te verraden. Pilatus, de Romein, heeft zich zeiven voor de Joden vernederd, Pilatus ontdekt zich zeiven voor hen en vertoont hun de diepe wond in zijnen boezem. Pilatus doet hun het onrustig kloppen van zijn hart hooren, en vraagt hun om een geneesmiddel voor de stuiptrekkingen van zijn geweten.

Pilatus, de Romein, staat te biecht voor de Joden. Welnu,

Sluiten