Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den: De valse he biecht en de valse h e absolutie tegenover Hem die de ware absolutie geeft en daardoor de ware biecht wekt. Wij zullen eerst de valsehe biecht en de valsche absolutie beschouwen ; daarna zullen wij trachten van Jezus de ware biecht te leeren, ziende op de ware absolutie die Hij schenkt. Moge Hij thans in ons midden zijn !

I.

De valsche biecht. — Pilatus is niet een buitengewoon slecht en verhard inensch. Integendeel, wij begrijpen Pilatus zoo goed, omdat wij zooveel gelijkenis met hem hebben. Is het zoo zeldzaam, dat wij iets doen en te gelijk zeggen dat wij het niet doen, ja, dat wij ons inbeelden dat wij het niet doen ? Ach, indien gij het meent, dan vrees ik dat gij nog geheel vreemdeling zijt in uw eigen hart. Ziet, hebben wij niet allen, in welken toestand wij ook geplaatst zijn, dienzelfden inwendigen tweestrijd, dien wij bij Pilatus waarnemen ? Wij willen datgene doen waarin wij behagen scheppen, waarvan wij eenige voldoening, eenig geluk, rust, genot ot roem verwachten, onverschillig welke de voorwerpen zijn onzer begeerten ; maar wij zouden het gaarne doen, onze begeerten volgen, zonder inwendige beroering, zonder beschuldiging, ik zeg niet gewetenloos, maar met een gerust geweten. Bekennen wij liet: wij hebben grooten eerbied voor het geweten en zouden het niet willen missen ; maar het hindert ons toch, het belemmert ons op eene zonderlinge wijze. Het denkbeeld van goed en kwaad mengt zich, helaas! in alles, en hoe meer wij het willen verwijderen, des te meer vervolgt het ons, en hoe meer wij er aan toegeven, des te grooter worden de eischen die het ons stelt; het streeft er namelijk naar om alles te veroveren; het kleinste hoekje wordt ons niet vrijgelaten. Het dringt ons, liet hecht zich

Sluiten