Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VÓÓR EN NA PINKSTEREN.

Waar ik henenga kunt gij mij uu niet volgen, maar gij zult mij namaals volgen. Joh. XIII: 366.

Keeds verliep er eenige tijd sinds het pinksterfeest door de gemeente gevierd werd. En nog wensch ik met een pinksterwoord tot u te komen. Bevreemdt u dit ? Is het niet veel meer bevreemdend dat wij onze feestvieringen zoo spoedig kunnen vergeten ? Staan onze godsdienstige feesten niet te veel afgezonderd in liet geheel van ons kerkelijk en godsdienstig leven, en moesten zij niet meer de uitdrukking zijn van dit leven V Moesten niet de lijdensweken gewijd zijn niet alleen aan de beschouwing van den strijd en liet lijden van den Christus buiten ons, den historischen Christus, maar in verband daarmede ook inzonderheid aan dien heilzamen inkeer, die tot boetvaardigheid en bekeering leidt V Moest liet paaschfeest niet zijn niet alleen eene overdenking van de overwinning van den Christus, maar mede een feest der opstanding van zijne gemeente V Zijn de veertig dagen des verrezenen te veel 0111 ook ons te stemmen en voortebereiden tot dat zelfstandige leven, dat hier op aarde onze roeping is, en dat dooide hemelvaart des Heeren en door de uitstorting des H. Geestes mogelijk is geworden ? En dan, dat laatste der feesten zelf, het heerlijke pinksterfeest, waar de feestelijke herinnering samenvalt met het onderwerp zelf waaraan het gewijd is, moest dat zich bepalen tot één of twee dagen ? Is het niet juist daarom het laatste in de rij der christelijke feesten, omdat met de uitstorting

Sluiten