Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om Hem te kunnen volgen in de toekomstige eeuw moet men kunnen sterven aan de tegenwoordige. De deuren van het vaderhuis openen zich slechts voor hem, die het huis der dienstbaarheid heeft verlaten. Maar om dit te kunnen verlaten moeten wij het als een huis der dienstbaarheid kennen ; 0111 aan de wereld te kunnen sterven moeten wij de wereld kennen in haar waren aard. Om op weg te zijn naar het huis des Vaders moet die weg voor ons zijn gebaand. Welnu, dit is eerst geschied door het kruis van Christus. Het was dus Simon Petrus, in de volle beteekenis des woords, onmogelijk den Meester te volgen waar hij henenging; en dat was niet zijn schuld, dat het hem onmogelijk was, dat hij de kracht niet had voor een onverwonnen vijand te verschijnen, die alleen door den heilige, door den Zoon Gods kon overwonnen worden. Het is ook geen verwijt dat de Heer tot hem richt in dit woord : Waar ik henenga kunt gij mij thans niet volgen. Niet in zijn onvermogen, maar in den hoogmoed die hem belet dit onvermogen te erkennen ligt zijn schuld.

Maar wij, zoo ook wij nog onmachtig zijn om den Heer te volgen, kunnen wij evenzeer zeggen dat wij daarin te verschoonen zijn, dat deze onmacht ook voor ons onvermijdelijk is? Indien de Heer wellicht ook tot ons zegt: „ Waar ik henenga kunt gij mij nu niet colgen; is het omdat ook voor ons de vijand nog niet overwonnen is en dat wij nog aan deze zijde staan van het verbond der genade ? Maar is dan het kruis van Christus te vergeefs opgericht ? Maar is dan de vijand niet overwonnen en het verbond gesloten en de gemeente gesticht? Maar zijn wij dan niet in dat verbond opgenomen? Hebben wij daarvan niet in het water des doops het teeken en het onderpand ontvangen ? O, zoo de Heer dit woord ook nog tot ons spreekt : Gij kunt mij nog niet volgen (en ons geweten zegt ons wel of dit woord ons geldt) is dit niet onze schuld ? Ligt daarvan de reden niet, niet daarin dat zijn werk niet voltooid maar daarin dat het onze nog niet is aangevangen, dat zijn genadig voornemen met ons nog niet ons voornemen is geworden ? En nu, zijn er niet velen onder ons tot wie

Sluiten