Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i

twee mensehen in hem, de oude mensch, de mensch van vleesch en van bloed, en de nieuwe, de geestelijke mensch; maar zij staan tegen elkander over, de nieuwe mensch is nog niet de heerschende geworden. Hij ziet in Jezus den Zoon Gods, maar hij ergert zich aan zijn kruis.

Staat ons Christendom wel veel hooger dan dat van Simon Petrus vóór zijn pinksterfeest? Ja, zijn wij niet zelfs al zeer tevreden als wij zoo ver zijn ? De besten, zij die in waarheid door Jezus van Nazareth worden aangetrokken en die van hem niet los komen, stellen zij zich niet tevreden met een geloof, dat hen in geenerlei tegenspraak brengt met de wereld, dat hen niet verheft boven de tegenwoordige eeuw, een geloof, sterk genoeg wellicht om hen ter liefde voor Jezus vele dingen te doen verzaken, zoo als Simon Petrus die zelfs alles verlaten had om den Heer te volgen, maar niet krachtig genoeg om hen zich zeiven te doen verloochenen ? Ziet, liet is niet gemakkelijk tot de ervaring te komen, dat de Christus, de Zoon Gods die waardig is te ontvangen de hulde van allen en die ook in waarheid alle macht bezit in hemel en op aarde, de door de wereld gekruisigde is en blijft, dat er eene wereld is, die in ijdelen waan, maar toch wat haar streven betreft niettemin waarachtig, haar loop vervolgt buiten hem, met hem niet rekent, hem ter zijde zet, hem verwerpt? Die wereld, kent gij haar niet? Kost het ons niets haar te erkennen? Staat onze gansche natuur niet op tegen deze ontdekking ? Doen wij ons best niet om deze ontdekking te loochenen of te verflauwen, en ons diets te maken dat er tusschen Christus en de wereld vrede is ? Ach! het kost zoo veel om te erkennen dat men der wereld en Christus niet te gelijk kan toebehooren. En te meer, omdat men in den waan verkeert dat dit de eer van Christus te na komt. Als men iets voor Christus gevoelt, eenig besef heeft van zijne goddelijkheid, dan verdraagt men het niet dat hij van de wereld verworpen worde. Men meent: de wereld moet hem erkennen. En toch: dit is niet zijne ee»- zoeken maar onze eigene eer. Immers, Hij heeft het kruis niet geweigerd,

Sluiten