Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de tegenwoordige eeuw, zij zoekt die in feestgedruisch en krijgsrumoer, zij wil van geene toekomstige eeuw weten; maar die wereld is te verontschuldigen zoo lang zij geene pinkstergemeente aanschouwt. Hare verwerping van liet kruis van Christus is nog niet de zonde waarvan geschreven staat dat zij niet kan vergeven worden, de zonde tegen den H. Geest, omdat zij den Geest niet ziet, den Geest in zijn heiligen tempel, de gemeente.

Ach! zoude de wereld zich niet nu weder, als op den eersten pinksterdag, in tweeën splitsen, de eenen zich met lichtvaardigheid afwenden zeggende: „zij zijn vol zoeten wijnsmaar de anderen inkeeren tot zich zeiven en vragen: , TVat teil dat toch zijn?" en verder: „ Wat zullen wij doen, mannen broeders?" indien de wereld in ons, gemeente van Christus, aanschouwde en hoorde, ik zeg niet tongen als van vuur en den geweldigen gedrevenen wind, maar den vuurgloed der liefde; maar de kracht des geloofs; maar den moed der belijdenis en de volharding der heiligmaking ? Maar wat aanschouwt zij bij ons ? Zal ik zeggen: verdeeldheid en twist. Dit is het ergste niet. Waar de geest der wereld en de geest van Christus te zamen werken, waar op ieder gebied, het maatschappelijke en het wetenschappelijke, het inwendig gemoedsleven en de kerkelijke gemeenschap, leugen en waarheid. Satan en Christus tegenover elkander staan, is het niet het ergste als daar tweedracht is en strijd. Gode zij dank, dat er nog strijd is. Gode zij dank, dat het woord nog geldt: „ Waant niet dat ik vrede ben komen brengen op aarde; veel meer het zwaardGode zij dank, dat het zwaard van Christus altijd weer onzen valschen vrede komt verstoren. Neen, niet de strijd, veeleer het niet strijden, het lafhartig ontduiken van den strijd, het haken naar iederen vrede, het wegwerpen der wapenen of het laten verroesten daarvan in het tuighuis, de zelfbehagelijke rust die tevreden is met de wereld zoo als zij is en streeft om het zich daarin zoo aangenaam mogelijk te maken, met behoud van eenige vastgestelde leeringen en leefregelen, van rechtzinnigen of vrijzinnigen aard om 't even tot voorbehoedmiddel tegen de

Sluiten