Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet de gedachte van den tekst, dat de persoon des konings de vertegenwoordiger des Heeren zou zijn, en zijn wil de uitdrukking vaii den wil des Heeren. Voor zulk een stelsel, dat even ongerijmd als zonderling kan worden genoemd, vinden wij geen steun in de heilige boeken van het volk van God; het is in het heidendom geboren en van daar in de christelijke wereld ingevoerd, of liever, het is er als een zuurdeesem van het heidendom, waarvan de christenheid zich nog heeft te zuiveren, overgebleven. Maar ik herhaal het: de vraag naar den zedelijken toestand van bet hart des konings, de geestelijke waardeering zijner daden ligt buiten het bereik van de gedachte van onzen tekst. Wat in het volgende vers wordt gezegd kan in dit opzicht even goed op het hart des konings als op het hart van ieder mensch worden toegepast. Alle weg des menschen is recht in zijne oogen, maar de Heer weegt de harten.

Er wordt in onzen tekst gesproken van hetgeen een koning is als koning, van den maatschappelijken invloed, het historisch gewicht van den persoon des vorsten, van de rol dien hij vervult in het groot geheel der menschelijke gebeurtenissen. In dezen zin volbrengt een koning altijd den wil des Heeren en dient hij zijnen raad. Als de roede Gods of als het orgaan zijner zegeningen vervult hij zijne bestemming en arbeidt hij aan Gods werk. Hij is de geesel van Gods toorn of de scepter zijner genade. In dit opzicht is het hart des konings in de hand des Heeren als waterbeken ; Hij neigt het tot al wat Hij wil.

Als waterbeken. Het beeld is aantrekkelijk en liefelijk. Roept het ons niet voor den geest het beeld van groene weilanden door stroomonde waterbeken bevochtigd, van gronden door regelmatige en wel aangebrachte besproeiingen vruchtbaar gemaakt, van drooggemaakte moerassen, van heidevelden in vruchtbare landouwen veranderd? Waterbeken: beeld van zegeningen en van leven,... en dat zou dan het beeld van het hart des konings in de hand des Heeren kunnen zijn! Maar is dit alles niet louter verbeelding eens dichters? Brengt het ons niet terug op het

Sluiten