Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gods harte, de koning van des Heeren keuze, had een hoog denkbeeld van hetgeen de koning in wien God welbehagen heeft wezen moet, de koning wiens hart, in den volsten en wezenlijksten zin , door de hand des Heeren geneigd wordt als waterbeken. Dit ideaal nu is zijne geestelijke vermaking aan zijn zoon nagelaten. Maar zoo zeer David wist dat dit ideaal niet in hem was verwezenlijkt geworden, zoo zeer maakte Salomo, zijn zoon, de ervaring dat de ware Davidszoon ook met hem nog niet was gekomen. Beiden wachtten zij den waren koning Israels, den knecht Jehova's wiens ademen zou zijn in de vreeze des Heeren en die zijn geheelen raad zou vervullen, den man die de verdediger zou zijn der rechtvaardigen en de geesel der onderdrukkers, den man die de begeerte der volkeren en de wellust deiaarde zijn zou, omdat de menschheid in- hem haar wettigen souverein zou erkennen, even zoo zeer uit haren boezem te voorschijn gekomen en uitdrukking harer heerlijkheid als van boven tot haar nedergedaald en beeld Gods. „Ilijzal nederdalen — zoo lezen wij in het koningslied voor Salomo gedicht — als een regen op het nagras, als de droppelen die de aarde bevochtigen. In zijne dagen zal de. rechtvaardige bloeien, en de veelheid van vrede, totdat de maan niet meer zij. En hij zal heerschen van de zee tot aan de zee en van de rivier tot aan de einden der aarde. De ingezetenen van dorre plaatsen zullen voor zijn aangezicht knielen, en zijne vijanden zullen het stof lelden. De loningen van Tarsis en de eilanden zullen geschenken aanbremjen, de koningen van Scheba en Seba zullen vereeringen toevoeren, ja, alle koningen zullen zich voor htm nederlmigen, alle heidenen zullen hem dienen. Want hij zal den nooddruftige redden die daar roept, mitsgaders den ellendige en die geencn helper heeft; hij zal den arme en nooddruftige verschoonen, en de zielen der nooddrufïigen verlossen. Hij zal hunne zielen van list en geweld bevrijden, en hun bloed zal dierbaar zijn in zijne oogen. (I's. LXXIl : 0—14.)

Die koning nu door David en Salomo en na hen door al de profeten verwacht, en van wiens heerlijkheid zij een voorge-

Sluiten