Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voel hadden, die koning is geboren en wij hebben zijne heerlijkheid aanschouwd, welke was als de heerlijkheid van den eengeborene des Vaders. Maar hebben de volkeren dien koning erkend en hebben de vorsten hun scepter gebogen voor zijne goddelijke majesteit? Hebben zij, koningen en volkeren te zamen , den Zoon gelust, opdat zijn toorn niet ontbrande ? O, indien dat zoo ware, zouden wij eene zoodanige geschiedenis hebben als die der achttien eeuwen, welke verloopen zijn sinds zijne ververschijning : eene geschiedenis met bloed geschreven, eene geschiedenis waarvan zijn kruis het eigenaardig zinnebeeld is? Zouden wij niet reeds de oude profetie zijns koninkrijks verwezenlijkt gezien hebben: I)e volken zulten lutnne zwaarden slaan tot spaden en hunne spiesen tot sikkelen, het eene volk voll; zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen den krijg niet meer leer en (Mie ha IV: 3)?

Indien het niet alzoo is, ach, is het niet omdat wij zijne heerlijkheid miskend en geene oogen gehad hebben voor zijne heilige majesteit, omdat wij ons aangezicht voor hem verborgen hebben gehouden, omdat wij ons zijner schaamden? Is het niet daarom, omdat de kreet, die eens in Jeruzalems straten opsteeg, van eeuw tot eeuw en in alle hoofdsteden van de koninkrijken dezer aarde herhaald wordt, de kreet: Wij willen niet dat deze koning over ons zij; wij hebben geenen anderen koning dan Gesar Augustus ? Is het niet daarom dat wij oorlogen en geruchten van oorlogen vernemen, dat natiën zich verheffen tegen natiën, koninkrijken tegen koninkrijken, natiën en koninkrijken. die zich evenwel naar Christus noemen en zich kinderen heeten der kerk ? Spottende hulde gebracht aan liet koningschap van den Vredevorst en aan de heiligheid der kerk, die eene broederlijke gemeenschap is!

Nochtans, koning is hij, en de eed Gods blijft waarachtig: „lk heb mijnen koning gezalfd over Sion, den berg mijner heiligheid. ... Eiseh van Mij, en 11; zal de heidenen (/even tot uw erfdeel, en de einden der aarde tot uwe bezitting' (Ps.

Sluiten