Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na den regen de grasscheutjes uit de aarde voortkomen (2 Sam. XXIII: 4).

De liecrscher over liet volk Gods! Maar, zoo hoor ik mij toeroepen, hoe is deze rede toepasselijk op de roerende, maar eenvoudige plechtigheid van dezen dag ? Zijn dan de bedienaars des woords, zij aan wie de dienst des N. Verbonds, de dienst der verzoening, is toebetrouwd, heerschers over het volk Gods? Worden zij niet uitdrukkelijk vermaand, door een der eersten en der uitnemendsten die in deze bediening gesteld zijn geweest, om geene heerschappij te voeren over het erfdeel des Heeren, en noemen die eersten en uitnemendsten, de apostelen des lams, zich niet mededienstknechten, die tot hunne broeders spreken als tot verstandigen die zelve te oordeelen hebben? Welke overeenkomst bestaat er tussclien den koninklijken schepter van eenen David en Salomo en den nederigen herdersstaf van den voorganger der gemeente?

Voorzeker, verre van mij de even onchristelijke als onprotestantsche, ik zou bijna zeggen, — ware het niet dat deze ongerijmdheid maar al te veel in de werkelijkheid bestond, — de even dwaze en ongerijmde als gevaarlijke voorstelling, die aan den dienaar des woords eenige heerschappij zou toekennen over den mensch, en nog wel over wat de mensch innigst en diepst heeft, over zijn geweten. Te recht zoudt gij mij het woord des eenigen konings in het godsrijk voor de voeten kunnen werpen: De koningen der volkeren heerschen over hen, en die de macht over hen hebben worden tvcldadige heeren genaamd. Doch gij niet alzoo; maar de meeste onder u, die zij gelijk de minste; en die voorganger is, als een die dient. (Luk. XXII: 25, 26).

Doch, omdat er misbruik van dezen titel kan gemaakt worden en wezenlijk gemaakt is en wordt, zullen wij daarom, voor den dienst in de gemeente des N. Verbonds, den dienst des woords, de liefelijke voorstelling van den herder die zijne kudde weidt laten varen? Of, zoo wij zulks niet vermogen daar deze voorstelling te diep in de schriften des N. Testaments en in de kerkelijke taal geworteld is, zullen wij dan beweren dat er tussclien

Sluiten