Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en broeder! dat uwe bekwaamheid niet uit u is, dat de Heer uwe kracht is en dat gij te werken hebt in zijne mogendheid ? Ach, dat de heerlijkste en troostrijkste waarheden zoo vaak misbruikt worden en tot gemeenplaatsen gemaakt, waardoor zij dikwerf in onze ooren weergalmen als klanken, waarvan de beteekenis ons vreemd blijft! Wordt de kracht des Heeren, waarin wij te werken hebben en die ons is toegezegd, niet menigwerf opgevat als eene min of meer werktuigelijke kracht , die wij lijdelijk af te wachten of onder wier werking op ons wij lijdelijk te verkeeren hebben? Wordt aan het ambt des woords niet wel eens eene werking toegeschreven geheel afgescheiden van de persoonlijkheid van hem die het woord verkondigt, en aan de zuivere verkondiging een lof van getrouwheid toegekend, waarbij men het met de inwendige overeenstemming, met de toepassing van dat woord in het leven bij den prediker zoo nauw niet neemt? Zoo kan er ontstaan — en dat dit niet alleen eene mogelijkheid is, bewijst de ervaring — eene koortsachtige, dweepzieke, harde ijver, een ijver voor de rechtzinnigheid in de leer, waarbij men even weinig teeder met zijn eigen geweten omgaat als met het geweten van anderen; een banier-dragen voor de waarheid buiten ons, waarmede men de inwendige waarheid, de zuiverheid deigezindheid, de samenstelling des harten met de uitgeoefende werkzaamheid als met voeten treedt. O, het heerlijke herdersen leeraarsambt, — anders om zijne moeilijkheid zulk een krachtige prikkel tot heiligmaking, zulk een rijke zegen voor hem die het bekleedt, — wordt hem op dien weg ten valstrik, en anderen predikende zou hij eindigen met zelf verwerpelijk te worden bevonden. Ja, van alle gevaren, die ons ambt als een heirleger omgeven, is er geen wellicht, mijn jeugdige broeder! zoo groot, geen, dat zoo nabij ligt en dat in den regel zoo weinig gezien wordt, als het gevaar, dat er scheiding kome tusschen uwe ambtelijke werkzaamheid en uwe eigene persoonlijkheid. Ziet, dienaar des woords, dat is onze eeretitel, dat is de uitnemendheid onzer roeping. Dat woord Gods moet de schat zijn, die wij

Sluiten