Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord der discipelen bouwt hij zijne gemeente; door verloste zondaren verlost hij zondaren. Uit die gemeente, die hij geheel gereinigd heeft met liet bad des waters door het woord, stelt hij sommigen, — niet uitnemender dan de anderen, niet minder in zonden ontvangen en geboren, maar ook niet minder geroepen tot heiligheid en heerlijkheid, — aan tot dienaars van zijn woord. uitdeelers der verborgenheden Gods (1 Cor. IV : 1). Ziet, in deze onze zwakheid ligt onze kracht. Niet uitnemender dan gij, gemeente! geen priesterlijke wijding ontvangende, geen priesterlijk middelaarschap bekleedende, als zondaars tot medezondaren, als broeders tot broeders hebben wij het woord te verkondigen, het woord dat ons en u te zamen heiligt, liet woord dat boven ons is al is het ook in ons. Herders der kudde zijn wij in de eerste plaats schapen der kudde. Herder van deze gemeente! heb dan niet alleen acht op de geheele kudde, maar, want ook gij behoort tot die kudde, heb acht op u zeiven. Herder der gemeente! wees uw eigen herder en gij zult herder zijn der gemeente!

Wees uw eigen herder! Hoe, vraagt gij wellicht, hoe kan dit geschieden? Hoe te vereenigen het acht hebben op zich zeiven, en het acht nemen op de geheele kudde? Moet niet door de waakzaamheid over zich zeiven de waakzaamheid over de kudde afnemen? Moet niet de herder om zijn herderlijk werk volkomen te kunnen verrichten met zich zeiven gereed zijn? En daar dit niet mogelijk is, blijven dan niet de twee roepingen tegen elkander aandruischen. zoodat wat aan de eene gegeven wordt aan de andere wordt onttrokken, dat herderlijke trouw in strijd komt met persoonlijke heiligmaking, en persoonlijke heiligmaking in strijd met herderlijke trouw? Bestaat dan de wijsheid hier in het deelen, in het nu eens toegeven aan de eene, dan weder aan de andere roeping?

O gij die alzoo oordeelt, gij kent nog weinig van het werk der liefde, van de opvoeding des H. Geestes. Gij begrijpt nog weinig het woord des Heeren: ik heilig mij zeiven voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid (Joh. XVII: 19X

Sluiten