Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God gerechtvaardigd, en zijt gij door God gerechtvaardigd dan zijt gij ook door Hem verheerlijkt. Deze keten is onverbrekelijk. Niet alzoo omdat gij God liefhebt zijt gij te voren verordineerd, en zal de heerlijkheid, de gelijkvormigheid aan den Zoon uw deel zijn, maar deze uwe liefde tot God is het gevolg en het bewijs dier verordineering. Tussehen die verordineering en uwe liefde liggen de roeping, de rechtvaardiging, de verheerlijking, die alle werken Gods zijn, van zijne verordineering afhankelijk. Die liefde tot God is de ontplooiing van het werk Gods in u; zij is het bewustzijn dat gij van dit werk verkrijgt; zij is de eerste openbaring van een leven, waarvan de wortel is in de eeuwigheid; zij is de eerste groet van uwen Geest, die den eeuwigen Geest herkent. \\ elnu, juist daarom dat die liefde niet uit u maar uit God komt, omdat zij getuigt van eene roeping van boven, juist daarom kunt gij zeggen: Hij die mij geroepen heeft zal zijn werk voleindigen, Hij zal mij ook verheerlijken, mij den beelde zijns Zoons gelijkvormig makende.

Hij zal mij verheerlijken. Hij zal mij het beeld zijns Zoons gelijkvormig maken. Is dit iets louter toekomstigs? Ja, voorwaar, iets toekomstigs, wanneer gij let op uwe ellende, op uw lijden. Iets toekomstigs, zoo gij let op uwe ervaringen in de wereld en daarbij opsomt al uwe ontrouw, uwe lafhartigheid, uwe tekortkomingen. Iets toekomstigs als gij de tegenstrijdigheid bemerkt tussehen uwe bestemming en uwen tegenwoordigen toestand. Maar niet iets toekomstigs zoo gij op uwen inwendigen toestand en op de innigste ervaringen uwes harten let. Gij hebt God lief: dit kunt gij immers niet ontkennen. Tot dezulken spreek ik die uit het binnenste huns harten het daar straks gezongene woord: God heb ik lief op de lippen kunnen nemen. Gij hebt God lief: gij beschuldigt u van lauwheid jegens Hem en gemis aan ijver, 't is waar; maar toch durft gij in uw gebed te zeggen: Gij weet lieer', dat ik u liefheb; en zoo men u de keuze liet tussehen een leven van lijden met God en een leven zonder lijden, gesteld het ware mogelijk, zonder God, immers uwe keuze zoude niet twijfelachtig

Sluiten