Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die God geroepen heeft, die heeft Hij ooi- gerechtvaardigd.

Hij heeft hen ook gerechtvaardigd. Daarom zijn zij zoo kalm, daarom hebben zij vrede. Zij zijn gerechtvaardigd: daarom zien zij zonder vreeze op tot God, daarom hebben zij Hem lief en verblijden zij zich in Hem. Zij zijn gerechtvaardigd.... is dit niet meer dan voldoende om ons door het leven heen te leiden, om ons die weinige jaren op aarde te doen doorbrengen met moed en vreugde, te midden van al die smartelijke ervaringen, waarvan wij in den aanvang spraken ? Als de goddelooze, dat is hij die de wereld liefheeft, die geen vrede heeft, eens een oogenblik stil staat in zijn leven, hoort gij dan niet zijn onwillekeurige bekentenis: zij daar, wier gemeenschap ik niet zoek, zijn toch gelukkiger dan ik?

Hij heeft hen ook gerechtvaardigd. Wij zouden zeggen: dit is nu voldoende. Maar neen, neen, — zegt die God die ons zijn Zoon gegeven heeft, opdat hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders, neen, dit is niet genoeg. Het doel is: gelijkvormig te worden aan het beeld van den Zoon, en die is immers meer dan rechtvaardig. Is hij niet de levensvorst? niet de koning der eere? Aan zijne heerlijkheid moeten wij gelijkvormig worden. Die heerlijkheid nu is niet een uitwendig toevoegsel tot de rechtvaardigheid, zij is de ontwikkeling der rechtvaardigheid. Evenmin dus als de rechtvaardiging eene louter toekomstige zaak is, die eerst aan de overzijde des grafs een aanvang neemt, evenmin de verheerlijking. Hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt, zegt onze apostel. Zij zijn verheerlijkt, die arme vervolgden op aarde, die door de wereld uitgeworpenen; zij zijn verheerlijkt, die weinigen over wie men de schouders ophaalt, die men zoo onbruikbaar, zoo uitzinnig noemt; zij zijn verheerlijkt, die verminkte strijders, die genezenen wier wonde nog bloedt. Zij zijn verheerlijkt, die menschen, die altijd strijd voeren met zich zeiven en met de wereld, die menschen die daar zeggen: de wereld is niet goed en ik evenmin. Zij zijn verheerlijkt, die profeten wier taal zoo vaak somber, wier voorzeggingen

Sluiten