Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontwaken ? O, men moet wel weinig bekend zijn met het mensehelijk hart, met zijne listen en vonden, met zijne veranderlijkheid en zijne valschheid, om te gelooven dat de goddelooze, dat is liij die God ontvliedt, oprecht is in zijne goddeloosheid, en dat deze zich slechts in afschrikkende en verachtelijke vormen zou kunnen openbaren. Neen, neen, de mensch die met God twist, voert daarvoor goede gronden aan: hij wil God overtuigen; — want ook de goddelooze spreekt, ondanks zich zei ven, tot God; — waarom hij Hem niet dienen kan, waarom hij Hem niet dienen moet: hij heeft andere plichten te vervullen, liet zou zeer onbillijk en zeer dwaas zijn, 0111 Hem te dienen. Ik moet mijn huis bestieren; ik moet voor de opvoeding mijner kinderen zorgen; ik moet mijn akker bebouwen; ik moet waken voor de zuiverheid der wetenschap, die immers niet zuiver meer zou zijn zoodra zij van de veronderstelling van uw bestaan uitging... of wel: ik ben een man des vredes: niets is er dat dien vrede zoo zeer verstoort dan de naam van God; men kan der maatschappij geen grooteren dienst bewijzen dan door dien naam van al hare belangen verwijderd te houden.. .. Of: ik ben maar een eenvoudig mensch, verhevene vraagstukken liggen boven mijn bereik, en geene vraagstukken zijn diepzinniger dan die op godsdienstig gebied liggen, ik kan mij daarmede niet inlaten. Alzoo gaan zij heen, de een naar zijnen akker, de ander naar zijne nering; zij gaan heen ... maar met hen gaat mede die onzichtbare getuige en steeds vernemen zij die ontzettende stem: Adam! Adam! waar zijt gij? Zullen zij er tocli eindelijk gehoor aan geven? Welnu, er komt eene ure, eene plechtige, beslissende ure, waarin het niet mogelijk is er niet naar te luisteren, eene ure, waarin de engel der wrake den armen vluchteling heeft achterhaald, eene ure, waarin hij hijgend, afgemat, uitgeput nederzinkt en geen kracht meer over heeft om tegen God te strijden om aan zijnen Schepper en zijnen rechter te ontkomen. Het is de ure des doods!...

Wie zal u verlossen, o mensch uit eene vrouw geboren, van uwe laatste ure? Wat baten u, o mensch, uwe fraaie gebouwen,

Sluiten