Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uwe huizen tot eeuwen lange bewoning ingericht en uwe wijd uitgestrekte landgoederen? Gij hebt schatten vergaderd, dat een ander na u die geniete, en waar zijn nu uwe eigene schatten? Waar is nu uwe eer bij de wereld, uw onbesmette naam en de roem van uwe kennis en van uwe werken? Een nagalm zal men wellicht daarvan vernemen op uw graf, en daarmede is alles geëindigd, alles geëindigd: nu is er stilte op aarde over uwen naam, stilte als des grafs! Waar zijn nu uwe vrienden, uwe zoo voorkomende en belangstellende vrienden, die u zoo trouw behulpzaam waren om u in uwe zelfverblinding en in uwe Godvergetenheid te doen voortleven ? Wie hunner is in staat geweest u in de onzaglijke ure der verbrijzeling, in den hangen doodstrijd tot steun of troost te wezen, u woorden toe te spreken die weerklank vinden in uw hart? Staat gij niet alleen, alleen in de tegenwoordigheid van uwen God, alleen tnet uwe ziel, naakt voor uwen Schepper en uwen Rechter, voor dien God, dien gij ontweken hebt gedurende uw leven en die u nu vraagt: wat hebt gij gedaan? Wat liebt gij met Mij gedaan? Wat hebt gy gedaan niet het talent dat ik u had toevertrouwd? O! de «lood is heilig, de dood is de hand van God; staan wij hier stil en eerbiedigen wij die hand; trachten wij met onze onreine handen den sluier van het heiligdom niet op te heften, zeggen wij veeleer tot ons zeiven, zoodra God het gewijde zegel des doods op iemand gedrukt heeft: de verborgene dingen zijn voor den Heer onzen God, de geopenbaarde dingen zijn voor ons. En indien er van die verborgene dingen mochten geopenbaard geweest zijn, indien wij uit den mond des stervenden eenig woord vernamen, dat verzoening en vrede scheen aan te duiden, laat ons dan zoodanige woorden opvangen, ze bewaren in het hart; danken wij er God voor, doen wij er ons voordeel mede en laat ons levendig gevoelen, hoe liefelijk het zou geweest zijn die woorden vroeger te hebben mogen hooren, hoe liefelijk het zou geweest zijn 0111 niet in angst en twijfel te verkeeren omtrent den toestand eener onsterfelijke ziel. Maar, waar dit liet geval niet is,. .. laat ons niet oordeelen, nimmer oordeelen over de

Sluiten