Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ENGE POORT.

En daar zeide een tot hem: Heer, zijn er [ook) weinigen die zalig worden? En hij zeide tot hen: Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg ik u, zullen zoeken iu te gaan, en zullen niet kunnen ; [namelijk) nadat de heer des huizes zal opgestaan zijn en de deur zal gesloten hebben, en gij zult beginnen buiten to staan en aan de deur te kloppen, zeggende: Heere, Heere, doe ons open; en hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik ken u niet vanwaar gij zijt. Alsdan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben iu uwe tegenwoordigheid gegeten en gedronken, en gij hebt iu onze straten geleerd. Lukas. XIII: 23 — 27.

Er zijn menschen die de vraag niet doen, welke wij hier den Heer zien voorgelegd; — die liaar niet doen, zeg ik, ofwel die haar doen niet lichtzinnigen spot en terwijl zij bij zich zeiven zeggen: ik weet wel beter. Er zijn ook menschen die deze vraag niet meer doen. AVie zijn zij dan die in waarheid de vraag herhalen, welke zeker mensch, die ons nergens nader omschreven wordt, hier tot den Heer richt? I)e vraag zelve kondigt iemand aan die getroffen is geweest door de verschillende verklaringen des Heeren omtrent de weinige uitverkorenen en de menigte dergenen die verloren gaan; iemand die daar niet aan kan gelooven, en die toch de gedachte daaraan niet kan afwijzen. Het is als zeide hij: „Meester! is het wel waar dat slechts weinigen zullen behouden worden ? Heb ik dat wel uit uwen mond gehoord ? Is dat waarlijk uwe meening?" Hij kan liet niet gelooven. Hij is een dergenen die zich te midden dezer schare zoo voldaan gevoelen en die de menigte veel te goed vinden om te kunnen verloren gaan. Toch heeft het woord van Jezus indruk op hem gemaakt;

Sluiten