Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en der heiligmaking te teekenen, en wel bepaaldelijk die moeilijkheden die een ieder ondervindt, welke aan de zonde tracht te ontkomen. Dan zouden ten laatste wij zeiven door de deur zijn aangeduid; wij zouden ingaan door ons zeiven, door onzen strijd, door onze heiligmaking. Maar bovendien, welken zin zou het woord des Hoeren: Strijdt om in te gaan door dr entje poort, dan eigenlijk hebben, indien onder het beeld van de enge poort ook de strijd moest worden verstaan? Strijdt om te strijden, dat beteekent niets. Welke is dus eigenlijk die deur? Ik wenschte dat gij thans allen overtuigd waart van de verhevene harmonie die er is in de woorden des Heeren. Gij zoudt dan begrijpen dat ik niet twee soorten van beelden verwar, maar dat ik integendeel den diepen zin van dos Heeren gedachten uitdruk, hoewel die hier niet is uitgesproken en de woordvoeging met opzet duister is, omdat dengenen die buiten zijn alle dingen door gelijkenissen geschieden, — gij zoudt, zeg ik, dan begrijpen, dat ik niet twee soorten van beelden verwar, wanneer ik dit woord des Heeren verklaar met een ander woord, namelijk met dit: Ik ben de deur. Christus is de deur, door hem gaat men (iods koninkrijk, liet huis des Vaders binnen. Hij is de deur, hij is de weg. Maar die deur, die weg, zijn ze dan nauw? Neen zeker, zijn hart is niet nauw, zijne liefde is onbegrensd. Wat hij tot Jeruzalem zegt, roept hij het niet aan allen toe: Hoe dikwijls heb ik uwe kinderen willen bijeenvergaderen, als eene hen hare kiekens? Hij spot niet met ons, waar hij zegt: Strijdt om in te gaan door de enge poort; en hij zou met ons spotten, indien hij dit zeggende bij zichzelven dacht: niettegenstaande uwen strijd zult gij niet kunnen ingaan. Er is geen uitverkiezing in dien zin, als zouden door eenige noodlottige voorbeschikking dezen behouden worden, genen verloren gaan. Het woord des Heeren is in den hoogsten zin waar, volkomen ernstig en oprecht: Strijdt om in te gaan door de enge poort. Maar wilt gij weten in welken zin de deur nauw is? In dien zin, in welken Jezus tot Nicodémus zeide: Voorwaar, voorwaar zeg ik u, zoo iemand niet wederom geboren wordt, hij kan het koninkrt/k (iods niet int/ann I)e deur »• ' 13

Sluiten