Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dia in een sterfbed te zien verkeeren stemt hunne ziel niet somber. Zij ontbieden den geneesheer niet meer. Zij bestormen den hemel niet meer met hunne kreten; zij klemmen zich niet meer met koortsachtige spanning vast aan de minste symptomen van verandering in den toestand. Zij verwachten den dood en zij zijn kalm. Is het de kalmte der wanhoop? Ziet veeleer hunne trekken; hun gelaat zegt meer dan hunne woorden uitdrukken. Zij spreken weinig, maar luisteren veel. Waarnaar luisteren zij? Somwijlen bewegen zich de lippen der stervende, en ziet, de woorden die daaruit ontglippen dragen een eigenaardig kenmerk. Soms schijnen liet gebeden te zijn, maar het gebed heeft zijn karakter van plechtstatigheid verloren en is een gesprek geworden, zoo gemeenzaam en innig is de toon daarvan. Men bespeurt het, dat de zieke tot iemand spreekt die haar zeer nabij is, en dat zij die nabijheid gevoelt. Somwijlen zijn het woorden van liefdevol afscheid tot degenen die haar omringen; en die woorden van liefdevol afscheid, al zijn zij ook teederder dan ooit, hebben evenwel al liet plechtige van woorden die reeds van de overzijde des grafs komen; die ontvleesde hand, die nog tracht de uwe te drukken, ziet, zij schijnt u reeds van achter het voorhangsel toegereikt. Alles heeft een karakter van eeuwigheid aangenomen: de atreize zoo noemen zij den dood — de afreize schijnt eene ïeis te zijn naar liet vaderhuis en het woord: , vaarwel" heeft de beteekenis van het woord: „tot weerziens"; ofwel bevat dezen zin. „stiijd den goeden strijd, zie hier de kroon." Het zijn beloften die vermaningen, en vermaningen die beloften zijn. Dan komen er oogenblikken van stilzwijgen, maar gedurende dit stilzwijgen luistert men nog: het is alsof dit stilzwijgen spreekt; het is alsof in de lucht liet ruischen gehoord wordt van eene bijna onmerkbare muziek, liet is alsof geheimzinnige vleugelen vrede verspreiden en den boozen geest weren. Eindelijk, in één dezer plechtige oogenblikken schijnt de stilte volkomener, de hemelsche harpen schijnen te zwijgen; men hoort niets meer, niets meer dan het tentonige getik van den slinger in het uurwerk, beeld van den

Sluiten