Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijken zij slechts één te zijn. Het geweten verbiedt ons in de keuze van onze bezigheden aan willekeur en gemakzucht of de luim van het oogenblik gehoor te geven. Wij moeten dus zorgvuldig onderzoeken waarheen de oppermachtige wil ons leidt, wij moeten het oog geopend houden om de aanwijzingen van dezen wil op te merken. Zal ik zeggen dat zulks ons moeielijk valt ? Wat ons nog oneindig moeielijker valt, is, dat wij weldra ontdekken dat, zoolang wij in onze werkzaamheid, hoe loffelijk zij ook schijne te zijn, het oog hebben op ons zeiven, op ons geluk, onze eer of de voldoening onzer overigens wettige begeerten, de oppermachtige wil zich verbergt en God zwijgt. Wij kunnen de omstandigheden raadplegen, Gods wegen gadeslaan, wij krijgen geen ander antwoord dan dit: dat wij van doel moeten veranderen, dat wij in plaats van op ons zeiven te zien en eigen eer en geluk te zoeken, ons zeiven moeten verloochenen, de eer van God zoeken en het geluk van den naaste. Zegt mij nog eens: deze wet, want ook dit is eene wet, is zij uitvoerbaar, zijn wij in staat haar op te volgen alleen door haar te kennen? Is de inwendige toestemming aan de wet van God reeds de betrachting van die wet van God? Worden wij gerechtvaardigd door de werken dier wet?

Ik hoop genoeg gezegd te hebben voor hem die heeft willen luisteren zonder zijn geweten te sluiten, om u te overtuigen dat wij in geen anderen zedelijken toestand, d. i. met geen ander hart geboren worden, dan de Israeliet voor achttien eeuwen. Wij achten alle maatschappelijke voorrechten niet gering die uit onze geboorte in de christelijke wereld voortspruiten. Oneindig verre hen ik er van verwijderd om die op eenigerlei wijze te willen verkleinen en eenigszins den maatschappelijken vooruitgang door het Christendom bewerkt, te loochenen; maar ik zeg dat men aan de waardigheid van den mensch te kort doet en den aard van het Christendom miskent, indien men meent dat uitwendige voorrechten, zelfs van zedelijken aard, het hart kunnen veranderen. Zij hebben hoogstens de waarde eener wet, d. w. z.

Sluiten