Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarom verwijlt de gemeente zoo gaarne bij 4ie laatste uren van den Zaligmaker der wereld, slaat zij zoo heilbegeerig haren blik op zijn wonden, vangt zoo gretig zijne laatste woorden op. Het is alsof zij hem niet zieude toch dat lijdende gelaat vóór zich heelt en daarop leest vrede, verzoening, eeuwig leven.

Ja verzoenend lijdt hij, samenbindend wat verbroken, vereenigend wat gescheiden was.

Verbroken was de kinderlijke betrekking van den mensch tot zijn Schepper; gescheiden waren God en mensch, maar daardoor ook hemel en aarde, geest en vleesch, volk en volk, mensch en mensch, ja, de mensch zelf in zich zeiven: de zondaar is geen voltooid gebouw waarvan alle deelen in elkander sluiten, de zondaar is een bouwval.

De ééne groote verzoening, van God en mensch, in den Zoon des menschen, splitst zich of liever openbaart en voltooit zich in eene menigte bijzondere gedeeltelijke verzoeningen, en dat wel omdat, evenmin als de mensch ergens in het afgetrokkene voorkomt maar zich altijd vertoont in veelvuldige betrekkingen, toestanden, evenmin God in liet afgetrokkene leeft, maar zich in zijne schepping openbaart als de eeuwige rechter en koning.

Wie zal ze noemen, al de wijzen en wegen, waarop zich de aloude vijandschap, zoo schoon zinnebeeldig voorgesteld in de oudste oorkonde als eene vijandschap tussclien het zaad der slang en het zaad der vrouw, in de menschenwereld heeft getoond? Raadplegen wij de geschiedenis van het godsrijk in liet O. Verbond, dan is de meest in liet oog vallende openbaring dier vijandschap de scheiding van Jood en Heiden; maar slaan wij den blik in het binnenste van deze zoo ongelijke deelen der mensciiheid, dan treft ons oog in liet midden der joodsche wereld althans niet minder inwendige tweespalt en strijd aan, dan die welke de heidenwereld verdeeld houdt. Is daar buiten het burgerschap Israels verdeeldheid tusschen volk en volk, man en vrouw, heer en slaaf, ach! ook in het midden van liet volk Gods heeft het scherpziend oog van den man der waarheid maar al te duidelijk liet adderen-

Sluiten