Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stellen. Wij zagen in onzen apostel eene behoefte uitgesproken en die behoefte bevredigd. Die behoefte, welke samenvalt met de Israëlitische wereldbeschouwing, bestaat hierin: in den mensch God te aanschouwen, de menschwording Gods, geene denkbeeldige maar eene werkelijke. Daarheen richten zich al de profetische uitzichten en beloften des O. Verbonds; en het was omdat de Joden hunne profeten niet meer begrepen dat. zij Jezus gekruisigd hebben, omdat hij, wat juist de vervulling was der profetische verwachtingen, een mensch zijnde zich zeiven God maakte (Joh. VIII: 33). Welnu, is deze behoefte wettig, kunnen wij met dezen eisch der Israëlitische levensbeschouwing instemmen? Ziedaar onze eerste vraag. Is deze behoefte bevredigd, deze eisch vervuld? Ziedaar onze tweede.

Is deze behoefte wettig? Moeilijk is op deze vraag het antwoord. Hoe zullen wij toch de eerste en algemeene behoefte der menschelijke natuur erkennen, te midden onzer ten deele werkelijke ten deele denkbeeldige beschaving? Kennen wij onze behoeften? Scheppen wij ons geene denkbeeldige behoeften ? Legt onze omgeving ons niet eenige meeningen op, die wij als met de moedermelk indrinken en dan voor uitspraken der rede houden? Is er niet een zeker aantal gemeenplaatsen der rede in omloop, eenige hoogst alledaagsche stellingen, die wij voor gezond verstand houden en waaraan wij alles toetsen ? De onmogelijkheid der menschwording Gods is eene dezer stellingen, dezer gemeenplaatsen van het zoogenaamd gezond verstand. Onze beschaafde wereld is deïst, d. i. zij neemt eenen God aan van verre, een afgetrokkene en onbegrijpelijke eenheid, die zij God noemt. Het deïsme, de godsdienst der halfbeschaafde^ de middelweg tusschen godsdienst en beschaving, aan beide te kort doende, het deïsme is het stelsel dat de breuk tusschen beide vertegenwoordigt. Het deïsme is eene wanhopende poging om den godsdienst te redden van den overweldigenden invloed eener godloochenende, materialistische beschaving. Maar het deïsme heeft evenmin eene kracht van heiliging en vertroosting als dat het ooit de onmiddellijke uitdrukking is geweest der godsdienstige

Sluiten