Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voegen — dit beteekent niet: zalig zij die de waarheid zoeken en die aan haar bestaan gelooven zonder behoefte te hebben aan mijne opstanding, aan mijnen dood, in een woord, aan mijne geheele verschijning; hetgeen hierop zou neerkomen: zalig zij die mij niet noodig hebben om aan de waarheid te gelooven. Neen, dit beteekent: zalig zij die zonder mij gezien te hebben toch in mij gelooven, toch zooals gij Thomas in mij hunnen Heer en hunnen God vinden.

„Zalig zij die niet zullen gezien hebben en nogtans zullen geloofd hebben ƒ" Dit is het amen des verrezenen op het woord van aanbidding van zijnen discipel. Dit Amen wordt door de geloovigen herhaald, door hunne ondervinding bevestigd. Zij toch die altijd zoeken en nimmer vinden zijn niet zalig. De prikkel die tot het zoeken drijft is toch nog geenszins de voldoening. Zij zijn niet zalig, die nog niet weten wat zij van Jezus moeten denken, wat zij aan hem hebben, die in het onzekere verkeeren omtrent de vragen, waarvan zijne verschijning de oplossing is. Wellicht zijn zij voorbereid tot de zaligheid, wellicht zullen zij weldra vinden en zijn zij zeer nabij Jezus, maar vóór zij hem gevonden hebben en gekend gelijk hij is, — o, zij zullen de eersten zijn om het te erkennen, zoo zij oprecht zijn jegens zich zeiven, — zijn zij niet zalig.

Zalig zij die met Thomas kunnen aanbidden: mijn Heer en mijn God! Zalig zij die zich bewaard gevoelen door deze almachtige liefde en teedere zorg, die ons in Jezus Christus omgeeft. Zalig zij, wier God niet slechts aan het eind van hunnen levensweg staat maar ook in het midden, wier God niet slechts het doel is maar ook de weg, niet slechts de meester maar ook de vriend, niet slechts God maar ook mensch. Zal ik die zaligheid verder beschrijven? Beschrijven hoe met het geloof van Thomas een licht opgaat, en in ieder labyrinth de weg wordt gevonden: de weg in het labyrinth der Schrift, die eerst dan wordt verstaan; de weg in het labyrinth des levens, waarvan eerst dan het raadsel wordt opgelost; de weg in het labyrinth der geschiedenis, wier

Sluiten