Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men haar in de H. Schrift? Althans niet in het woord van onzen tekst, dat in samenhang met de gansche leer van Paulus omtrent de opstanding moet verklaard worden.

Wel spreekt dit woord van een krachtig bewijs dat in 's Heeren opstanding gelegen is v'oor de waarheid dat hij Zone Gods is; maar dit bewijs ligt niet in de opstanding als historische gebeurtenis, als vooral in de geschiedenis der natuur; maar daarin, dat deze historische gebeurtenis het resultaat is van eene historische ontwikkeling, daarin, dat dit voorval in de geschiedenis der natuur eene openbaring is van het leven des geestes in de natuur. Laat ons dat woord in onzen tektst niet voorbijzien, dat er de sleutel van is, het woord: naar den geest der heiligmaking. Indien de opstanding des Heeren het krachtige bewijs is dat hij Zone Gods is, de kracht van dit bewijs ligt in den geest der heiligmaking, ligt daarin, dat die opstanding de vrucht, de kroon, het noodzakelijk gevolg is van het heilig menschelijk leven van den Christus. Daardoor is die opstanding niet alleen een bewijs van hetgeen de Zone Gods is in zich zeiven, maar van hetgeen hij is voor ons. Niet zonder nadruk voegt daarom de apostel bij de benaming van Zoon Gods die van Heer, en doet uitkomen dat hij, sprekende van den Zoon Gods, spreekt van Jezus Christus, onzen Heer. Die opstanding is dus niet alleen het bewijs van de waarheid van Jezus' zelfbewustheid en van de goddelijkheid zijner zending, ook niet eenvoudig een zegel van goedkeuring door Gods hand op zijn werk gedrukt, maar zij behoort tot zijn werk en is de verheerlijking van zijn persoon. Door haar is Jezus Christus historisch d. i. voor de wereld geworden wat hij in zijn wezen eeuwig was: de Zoon Gods. de Messias, het hoofd der menschheid, de verlosser zijner gemeente. Dit in het licht te stellen is het doel dat ik mij heden voorstel. Onuitputtelijk rijk is de leer der schrift omtrent des Heeren opstanding. Haar geheel te ontvouwen zou de grenzen eener leerrede verre overschrijden. Wij bepalen ons dus tot dit punt: Christus opgestaan wit de dooden naar den tiecst der heiligma-

II. 20

Sluiten