Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die zedelijke beteekenis nu van zijn leven wordt verklaard door den oorsprong van dat leven, door dat andere feit, van bovennatuurlijken aard, dat de kerk naar de apostolische getuigenis belijdt, als zij zegt dat hij is ontvangen uit den H. Geest, geboren van de maagd Maria. Naar de apostolische getuigenis, zeg ik. Ja, de apostelen, de evangelisten als zij ons zijn leven verhalen, de briefschrijvers als zij tot de naar zijn naam genoemde gemeenten onderwijzingen en raadgevingen richten naar hare tegenwoordige behoeften; zij hebben ons eene leer nagelaten, d. w. z. eene theorie over dat leven van den Christus, eene verklaring dezer verschijning van den Zoon des menschen, van die eenige persoonlijkheid die niet uit de geschiedenis verklaard wordt. Zij toonen ons hoe in hem het eeuwige woord dat bij God was en dat God was, vleesch is geworden. Zij verklaren de macht die hij over alle vleesch heeft uit het natuurlijk verband dat er tusschen hem en de schepping bestaat, wanneer zij hem noemen het begin en het beginsel van de schepping, de eerstgeborene van alle creaturen. Zij vinden in de vleeschwording des Woords niets onnatuurlijks, omdat zij weten dat alle dingen door hem gemaakt zijn en dat zonder hem niets geworden is van hetgeen geworden is. Zij splitsen zijn leven niet in een menschelijke en een goddelijke zijde, neen, zij verhalen ons dat leven als ten allen tijde en in al zijne uitingen menschelijk en goddelijk tevens, goddelijk in zijn smaad niet minder dan in zijne heerlijkheid, menschelijk in zijne heerlijkheid niet minder dan in zijn smaad. Want, als zij hem noemen het beeld van den onzienlijken God, dan weten zij uit de profetische openbaring des O. Verbonds. dat de mensch naar dat beeld is geschapen, dat dus de Zoon die het ongeschapen beeld Gods is, het natuurlijke en eeuwige voorbeeld is des menschen, en dat hij, mensch wordende, ja, gezien in de ypelijkvormigheid van het vleesch der zonde, geene hem vreemde natuur heelt aangenomen, maar zijne eigene eeuwige natuur heeft geopenbaard. Het werk der verlossing, hoe zeer bestaande in zelfverloochening, zelfontlediging, is niettemin de verheerlijking

Sluiten