Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven, het beschamende woord: Gaat heen en beziet het (Mark. VI: 38). Neen, Petrus en Johannes spraken dit woord slechts toen uit, toen zij zagen dat de arme kreupele niet begrepen had waarom hij hen moest aanzien. Maar eerst zagen zij hem aan en zeiden hem: Zie op ons. En dit deden zij, toen zij toch reeds wisten dat zij hem niet te geven hadden wat hij verlangde. Maar daarom toch verstieten zij hem niet en meenden niet dat zij hem niets te geven hadden.

Welnu, Geliefden, deert het u, zoo vaak te moeten zeggen — en, indien het u deert zult gij de grens waarop gij het zeggen moet niet willekeurig stellen — Goud en zilver heb ik niet: leert dan aan der apostelen voorbeeld dat gij daarom toch wel iets te geven hebt, al was het slechts den blik des medelijdens. Zie op ons, zeiden zij tot den lijder, hem sterk aanziende. Een medelijdende blik doet goed, al is het dat er geene gave op volgt. Maar de gave volgt licht, al is het ook geene stoffelijke. Op medelijden volgt mededeelzaamheid. En zij die gezegend zijn zooals Petrus en Johannes het waren, al is het ook niet met tijdelijke goederen, hebben toch altijd iets medetedeelen. Zij putten aan de onuitputtelijke bron. O gij, rijken der aarde, de bron uwer schatten heeft ergens een grond. Maar gij, rijken naar den geest, kinderen des koninkrijks, gezalfden des H. Geestes, de bron van uwen rijkdom welt steeds op en droogt nimmer uit. Daarom ziet neder op den armen kreupele aan uwen voet, al is hij rijk naar de wereld. Is de vrede en de vreugde dezer twee Galileërs uw deel, gij hebt altijd iets medetedeelen; en waar men tot u komt met eene vraag, gaat niet onverschillig voorbij maar staat stil op uwen weg, ziet den lijder aan en zegt tot hem: Zie op ons.

Sluiten